4 maart 2010

Boek: Omzetting als rechtsvormwijziging

Het begrip 'omzetting' wordt in meerdere betekenissen gehanteerd. Eén daarvan is omzetting als bedoeld in de artikelen 2:18, 2:71, 2:72, 2:181 en 2:183 BW. De auteur hanteert voor die rechtsfiguur de term 'rechtsvormwijziging'. Deze term geeft beter aan wat deze rechtsfiguur inhoudt, namelijk het wisselen van vorm van de rechtspersoon. Bij rechtsvormwijziging is sprake van het handhaven van de rechtspersoon met behoud van vermogen. Onderzoek is gedaan naar aard, functie en (wenselijke) toepassingsbereik van rechtsvormwijziging in het Nederlandse rechtspersonenrecht. Rechtsvormwijziging heeft in de loop van de tijd verschillende rechtsgevolgen gehad. Deze rechtsfiguur vertoonde aanvankelijk kenmerken van 'ontbinding'. Daarna was sprake van rechtsovergang onder algemene titel. Rechtsvormwijziging betekent thans continuïteit in de rechtspersoon met vermogenshandhaving. Een tweede ontwikkeling is van gedwongen naar vrijwillige rechtsvormwijziging. Rechtsvormwijziging werd toegepast om dreigende ontbinding van de rechtspersoon, die niet voldeed aan de kenmerken van de vorm waarin de rechtspersoon aan het rechtsverkeer deelnam, te voorkomen. Later, toen rechtsvormwijziging vermogenshandhaving inhield, werd vrijwillige rechtsvormwijziging mogelijk gemaakt. Indien en voor zover een stichting van rechtsvorm wordt gewijzigd, geeft de wet aan dat het vermogen van de stichting op het moment van rechtsvormwijziging beklemd wordt. De wet geeft hiervoor een regeling, de 'vermogensklembepaling'. De (implicaties van deze) vermogensklembepaling worden besproken. Voorts wordt ingegaan op de gevolgen van rechtsvormwijziging op bestaande rechtsverhoudingen. Ten slotte is er aandacht voor bijzondere rechtsvormen als kerkgenootschap, de personenvennootschap, en in internationaal verband EESV, SE en SCE.