Nieuws: Staats- & Bestuursrecht

8 februari 2010

Discriminatie naar nationaliteit

In artikel 26 van het Verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten staat dat iedereen gelijk is voor de wet. De wet moet discriminatie verbieden en mag dus zeker niet zelf discrimineren, tenzij er een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Bij de beantwoording van die vraag komt de wetgever een zekere beoordelingsvrijheid toe. Zo maakte de Rechtbank Den Haag de opstap naar de vraag of het verbod voor mensen met de Iraanse nationaliteit tot deelname aan bepaalde activiteiten gerechtvaardigd was.