• Tijdschriften
  • VastgoedrechtVGR 2018, 4, p. 87

    Verzuim en ingebrekestelling bij aanneming van werk.

  • Rechtspraak van de WeekRvdW 2018/42

    Verbintenissenrecht

  • Jurisprudentie in NederlandJIN 2018/16

    Verzuim, Ingebrekestelling.

  • Overeenkomst in de rechtspraktijkORP 2018, art. 173

    Onlangs werd het verbintenissenrecht verrijkt met een nieuw arrest van de Hoge Raad inzake ingebrekestelling en verzuim. In HR 15 december 2017, RvdW 2018/42, ECLI:NL:HR:2017:3144 had de Hoge Raad te oordelen over een Curaçaose zaak, waarin de vraag aan de orde kwam of in casu verzuim van rechtswege was ingetreden dan wel een ingebrekestelling had moeten worden verzonden, om verzuim te doen intreden. Hoewel het een Curaçaose... zaak betreft, is de uitspraak ook voor de Nederlandse rechtspraktijk van belang, nu de regeling van verzuim en ingebrekestelling in het Curaçaos Burgerlijk Wetboek (CBW) gelijkluidend is aan de in Nederland geldende regeling en – op grond van het concordantiebeginsel – ook op dezelfde wijze als de Nederlandse regeling door de Curaçaose rechter moet worden uitgelegd en toegepast.

  • Bedrijfsjuridische BerichtenBb 2018/7

    Op grond van art. 6:83 aanhef en onder c BW treedt verzuim zonder ingebrekestelling onder andere in wanneer de schuldeiser uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze in de nakoming zal tekortschieten. In het te bespreken arrest overweegt de Hoge Raad dat de beslissing van het hof omtrent de toepasselijkheid van dit artikel onvoldoende is gemotiveerd. Het hof heeft namelijk essentiële stellingen van verzoeker... niet in zijn oordeelsvorming betrokken.

  • Recht.nl nieuws
  • De vereisten van een ingebrekestelling en enkele uitzonderingen

    De Hoge Raad wees een arrest waarin aan de orde komt wanneer een schuldeiser nog verplicht is om een ingebrekestelling te sturen bij een gebrekkige nakoming. In sommige gevallen leiden het gedrag en de mededelingen van de schuldenaar er namelijk toe, dat diens verzuim zonder ingebrekestelling intreedt.

ECLI:NL:HR:2018:439 Hoge Raad, 27-03-2018

Medeplegen van kraken, art. 138a Sr. 1. Heeft verdachte, die zich in een kraaiennest op het gebouw bevond, in een gebouw vertoefd a.b.i. art. 138a.1 Sr? 2. Uitleg "waarvan het gebruik door de rechthebbende is beëindigd" a.b.i. art. 138a.1 Sr bij opzegging gebruikersovereenkomst na voortgezet feitelijk gebruik. Ad 1. Art. 138a Sr strekt naar zijn bewoordingen tot het beschermen van de rechthebbende op een woning of... gebouw, waarvan het gebruik door de rechthebbende is beëindigd, tegen het door anderen wederrechtelijk binnendringen of wederrechtelijk aldaar vertoeven, en daarmee mede tot bescherming van het eigendomsrecht tegen eigenrichting. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte heeft vertoefd in een zogenoemd kraaiennest dat zich bevond op en was verbonden met het dak van één van de te ontruimen loodsen die deel uitmaakten van "het Pand". 's Hofs oordeel dat de verdachte aldus heeft vertoefd "in een gebouw", geeft - mede gelet op de strekking van de strafbaarstelling van art. 138a Sr - niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Ad 2. De opvatting dat van het beëindigen van het gebruik door de rechthebbende, a.b.i. art. 138a.1 Sr, eerst sprake is indien dat gebruik feitelijk tot een einde is gekomen en dat derhalve van zo een beëindigen geen sprake kan zijn in geval van voortgezet feitelijk gebruik na opzegging door de rechthebbende van een m.b.t. dat gebouw aangegane gebruiksovereenkomst, vindt geen steun in het recht. Volgt verwerping. Samenhang met 16/05264; 16/05292 en 16/05312.


Volledige tekst van de uitspraak

  • Tijdschriften
  • Tijdschriften
  • Recht.nl nieuws
  • De VVGB in het omgevingsrecht

    In het kader van een omgevingsvergunning is soms een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) nodig. Als een VVGB wordt geweigerd, moet de omgevingsvergunning ook worden geweigerd. Aan een VVGB zijn verschillende (procedure)regels verbonden, zoals de regel door welk bestuursorgaan een ontwerp-VVGB en een definitieve VVGB moeten zijn opgesteld. De Raad van State heeft hierover een heldere uitspraak gedaan.

  • Omgevingsvergunning blijft in stand, ondanks ontbreken VVGB

    In de onderhavige uitspraak laat de Raad van State de rechtsgevolgen van een omgevingsvergunning in stand, ook al ontbreekt de vereiste verklaring van geen bedenkingen. Het ontbreken van een VVGB hoeft dus niet altijd te leiden tot kale vernietiging van een besluit. De uitspraak staat evenwel op gespannen voet met een andere zaak, die slechts twee maanden eerder speelde.

  • Natuur in de omgevingsvergunning: over aanhaken en de toepassing in de praktijk

    Het 'aanhaken' van natuurtoestemmingen aan de omgevingsvergunning is een fenomeen waarover in de praktijk nog veel vragen bestaan. In dit artikel wordt, via een schets van hetjuridisch kader en richtinggevende jurisprudentie, belicht hoe de aanvraag voor de natuurtoestemming ook onder de Wnb nog steeds deel uitmaakt van de aanvraag voor de omgevingsvergunning.

ECLI:NL:HR:2018:874 Hoge Raad, 08-06-2018

Pachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving aan verschillende rechtspersonen. Bruikleen van de gebouwen? Complex van gebouwen en land? Maatstaf HR 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9673, NJ 2012/73 (Timeshare). Derogerende werking van redelijkheid en billijkheid.


Volledige tekst van de uitspraak

  • Tijdschriften
  • Recht.nl nieuws
  • Samenstel overeenkomsten kan als hoevepacht kwalificeren

    In deze uitspraak wordt een samenstel van overeenkomsten met verschillende partijen aangemerkt als hoevepacht. Het ging om gronden ten dienste van een landbouwbedrijf met bedrijfsgebouwen, als één geheel te exploiteren. Ook al was sprake van twee pachters en overeenkomsten, op het complex zijn de bepalingen voor hoevepacht van toepassing.

ECLI:NL:HR:2018:875 Hoge Raad, 08-06-2018

Contractenrecht. Uitleg overeenkomst, overdracht huur, of koop concept van onderneming tot exploitatie bed & breakfast? Motiveringsklachten. Ontbinding huurovereenkomst en schadevergoeding, verplichting onderverhuurder tot toezicht, aanwezigheid wietplantage bij onderhuurder. Ontbinding en veroordeling tot ontruiming, uitvoerbaarverklaring bij voorraad, art. 7:295 lid 1 BW.


Volledige tekst van de uitspraak

  • Tijdschriften
  • Recht.nl nieuws
  • Overdracht van huur of koop van het concept?

    In dit geding gaat het om een overeenkomst die is gesloten met betrekking tot de exploitatie van een bed & breakfast concept. De hoofdvraag is of er sprake is van een huurovereenkomst of van een koopovereenkomst.

  • Tijdschriften
  • Recht.nl nieuws
  • Tijdelijke verhuur woonruimte, de eerste uitspraken

    De Wet doorstroming huurmarkt is medio 2016 in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de tijdelijke verhuur van woonruimte, zoals geregeld in artikel 7:271 lid 1 BW. Inmiddels zijn de eerste uitspraken gepubliceerd.

  • Koper woning wordt ongewenst verhuurder van woonruimte

    Het is een bekende regel: koop breekt geen huur. Soms is dit echter niet de bedoeling en wenst de koper van de woning deze zelf te bewonen. In dergelijke gevallen is oplettendheid geboden, want als de nodige formaliteiten niet in acht worden genomen, ben je als koper niet alleen eigenaar van een woning maar plots (en ongewenst) ook verhuurder van woonruimte.

  • Tijdschriften
  • Tijdschriften
  • Recht.nl nieuws
  • Verbod op schreeuwen in het bestemmingsplan

    Het blijkt mogelijk om in een bestemmingsplan concrete gedragsregels en (indirecte) geluidsnormen op te nemen. Dit biedt mogelijkheden om een terras toe te staan op plaatsen waar dit in eerste instantie niet aanvaardbaar leek.

  • Tijdschriften
  • Huurrecht in de PraktijkHIP 2018, art. 96

    In het vorige nummer van dit vaktijdschrift gepubliceerde artikel ‘Inkomensafhankelijke huurprijsverhoging’ is de inkomensafhankelijke huurprijsverhoging besproken. Over deze huurprijsverhoging, in het bijzonder de inkomensverklaring, is het nodige te doen geweest. Huurders die zich geconfronteerd zagen met deze huurprijsverhoging, hebben zich hiertegen verzet. Waar zij bot vingen bij de civiele rechter, heeft de... bestuursrechter in een recent vonnis (Rb. Den Haag 26 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:5386) alsnog (een deel van) een door een huurder verzochte schadevergoeding toegewezen. Dit betrof specifiek het inkomensafhankelijke deel van de jaarlijkse huurprijsverhoging in de periode 2013 tot en met 2016. In dit artikel wordt, voortbordurend op het hierboven aangehaalde artikel, deze uitspraak belicht.

  • Jurisprudentie Bescherming Persoonsgegevens JBP 2018/74

    Verzet tegen het verstrekken van inkomensindicaties door de Belastingdienst aan een verhuurder wordt deels gegrond verklaard.

  • Vakstudie NieuwsV-N 2018/38.25

    Verzet op grond van artikel 40 van de Wet bescherming persoonsgegevens ongegrond. Schadevergoeding in verband met onrechtmatige verstrekking van inkomensgegevens aan verhuurder.

  • Recht.nl nieuws
  • Schadevergoeding in verband met 'gluurverhoging'

    De onderstaande uitspraak voegt een nieuw hoofdstuk toe aan de discussie over de inkomensafhankelijke huurverhoging, ook wel 'gluurverhoging' genoemd. De minister van Financiën moet een schadevergoeding betalen, omdat inkomensgegevens van de huurder zijn verstrekt aan de woningbouwcoöperatie. Die gegevensverstrekking was onrechtmatig en om die reden moet de minister een schadevergoeding betalen, gelijk aan de geraamde extra huurverhoging.

  • Tijdschriften
  • Tijdschriften
  • Huurrecht in de PraktijkHIP 2018, sign. 110

    Bankgarantie en leegstandschade.

  • INS UpdatesINS 2018/176

    Procedure na verwijzing door de Hoge Raad in Hansteen/Verwiel q.q. De curator betwist dat de bankgarantie tevens was afgegeven voor leegstandschade en betwist de omvang van de schade. Het hof oordeelt dat de leegstandschade onder de afgegeven bankgarantie valt en wijst de betwisting ten aanzien van de omvang van de schade af. De curator heeft wel recht op vergoeding van de waarde van magazijnstellingen die nog aanwezig ... waren in het gehuurde, ter hoogte van € 101.150 (inclusief btw).

  • Recht.nl nieuws
  • Loss owing to vacancy and the bank guarantee; a sequel

    Claiming damages for the loss/harm sustained by a lessor as a result of the lessee’s insolvency (i.e. ”loss owing to vacancy” [leegstandschade]) is an issue that comes up again and again. The Dutch Supreme Court has rendered a series of rulings on this matter, the most recent of which dates from 17 February 2017. On 3 July 2018, the Court of Appeal in The Hague delivered its judgment after the case had been referred back to it.