ECLIECLI:EU:C:2017:203
Datum14-03-2017
InhoudsindicatieArrest van het Hof (Grote kamer) van 14 maart 2017.#Samira Achbita en Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding tegen G4S Secure Solutions NV.#Prejudiciele verwijzing - Sociale politiek - Richtlijn 2000/78/EG - Gelijke behandeling - Discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging - Arbeidsreglement van een onderneming dat werknemers verbiedt om zichtbare politieke, filosofische of religieuze tekens te dragen op het werk - Directe discriminatie - Geen - Indirecte discriminatie - Verbod voor een werkneemster om een islamitische hoofddoek te dragen.#Zaak C-157/15.
Recht.nl artikelWerkgever mag hoofddoek op werkvloer verbieden (14-03-2017)
Een verbod tot het dragen van een hoofddoek kan indirecte discriminatie vormen, als dit tot gevolg heeft dat personen die een bepaalde godsdienst aanhangen worden benadeeld. Deze indirecte discriminatie kan echter worden gerechtvaardigd door het nastreven van een algemeen beleid van politieke, filosofische en religieuze neutraliteit op de werkvloer.
Recht.nl artikelRechtspraak onder een populistisch gesternte (04-04-2017)
In literatuur over populisme wordt herhaaldelijk opgemerkt dat populisten punten naar voren brengen waar 'de bevolking' zich zorgen over zou maken, terwijl de 'politieke elite' deze liever niet zou bediscussiëren. Om welke punten gaat dit, wat de rechtspraak betreft?
Recht.nl artikelNoot bij twee uitspraken inzake een hoofddoekverbod bij particuliere werkgevers (30-05-2017)
Gratis annotatie, u aangeboden door Wolters Kluwer. Vrijheid van ondernemerschap. Geen discriminatie op grond van godsdienst, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Neutraliteit vormt een legitiem doel. Rekening willen houden met de wensen van een klant vormt echter geen wezenlijk en bepalend beroepsvereiste.
TijdschriftartikelHvJ EU 14-3-2017, C-157/15
JAR 2017/96
Verbieden hoofddoek in arbeidsreglement geen verboden discriminatie waar het gaat om werknemers die met klanten werken
TijdschriftartikelDe zaak Achbita - Opmaat naar het verdwijnen van de hoofddoek op de werkvloer?
NJB 2017/844
Een recente uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie lijkt (meer) ruimte te bieden voor werkgevers om het dragen van religieuze symbolen op de werkplek te verbieden. De uitspraak wordt in dit artikel onder de loep genomen. [HvJ EU, 14-03-2017, nr. C-157/15, ECLI:EU:C:2017:203. Conclusie Advocaat-Generaal, 31-05-2016, ECLI:EU:C:2016:382.]
TijdschriftartikelHvJ EU 14-03-2017, C-157/15
TAP 2017, sign. 139
Verbod op het dragen van tekens van politieke, filosofische en religieuze overtuigingen kan objectief gerechtvaardigd zijn
TijdschriftartikelHvJ EU 14-03-2017, C-157/15
AB 2017/162
Hoofddoekverbod particuliere werkgever. Neutraliteit vormt een legitiem doel. Vrijheid van ondernemerschap. Geen discriminatie op grond van godsdienst mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan
TijdschriftartikelHvJ EU 14-03-2017, C-157/15
NJB 2017/1079
Sociale politiek. Richtlijn 2000/78/EG. Gelijke behandeling. Discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging. Arbeidsreglement van een onderneming dat werknemers verbiedt om zichtbare politieke, filosofische of religieuze tekens te dragen op het werk. Directe discriminatie. Geen indirecte discriminatie. Verbod voor een werkneemster om een islamitische hoofddoek te dragen.
TijdschriftartikelHvJ EU 14-03-2017, C-157/15
EHRC 2017/96
Discriminatieverbod, Godsdienstvrijheid, Vrijheid van ondernemerschap, Indirect onderscheid naar godsdienst door verbod religieuze uitingen, Neutraliteit als legitiem doel, Passend en noodzakelijk.
TijdschriftartikelHvJ EU 14-03-2017, C-157/15
RAR 2017/73
Discriminatieverbod. Godsdienst. Levert een verbod om op de werkvloer uiterlijke tekens van politieke, filosofische en religieuze overtuigingen te dragen directe (of indirecte) discriminatie op?
TijdschriftartikelHvJ EU 14-03-2017, C-157/15
TRA 2017/66
Verbod om religieuze of levensbeschouwelijke tekenen te dragen, vrijheid van godsdienst en vrijheid van ondernemerschap
TijdschriftartikelHvJ EU is duidelijk: hoofddoekverbod voor werknemers met klantcontact is mogelijk
TAR 2017/99
Op 14 maart 2017 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak gedaan in twee zaken waarin een vrouw was ontslagen vanwege het op het werk dragen van een islamitische hoofddoek. De uitspraken hebben veel reacties opgeroepen. Maar wat betekenen de uitspraken nu precies? De kop van het ANP-bericht dat door veel kranten werd overgenomen luidde: “EU-hof: Hoofddoek op het werk verbieden mag”. Het College voor de Rechten van de Mens waardeert de uitspraken kennelijk anders en kopte: “Uitspraak Hof van Justitie geen vrijbrief om hoofddoek van werkvloer te weren”. Volgens het College is de belangrijkste conclusie dat de uitspraak van het HvJ EU geen vrijbrief is voor werkgevers om vrouwen met een hoofddoek op de werkvloer te weigeren of te ontslaan. Wie heeft er nu gelijk? Waarschijnlijk is het meest correcte antwoord: allebei een beetje. Toch geeft de kop van het ANP-bericht de gevolgen van de uitspraak beter weer dan het College dat doet. Met de uitspraken van het HvJ EU van 14 maart 2017 is duidelijk dat het voor werkgevers mogelijk is om werknemers die visueel contact hebben met klanten te verbieden om religieuze tekens, zoals een hoofddoek, te dragen. Het lijkt erop dat het College, maar ook enkele schrijvers de gevolgen van de uitspraken van het HvJ EU bagatelliseren. In dit artikel zal worden toegelicht dat dit ten onrechte is.
TijdschriftartikelOntslag vanwege een hoofddoek; de arresten Achbita en Bougnaoui en de Nederlandse rechtspraktijk
NTER 2017, 5, p. 118
Het Hof van Justitie heeft zich op 14 maart 2017 in twee verschillende zaken uitgesproken over het ontslag van een vrouwelijke werknemer vanwege het dragen van een islamitische hoofddoek. Naar beide arresten werd al enige tijd met spanning uitgekeken, onder meer vanwege de eerder gepubliceerde volkomen uiteenlopende conclusies van advocaten-generaal Kokott en Sharpston. Het Hof van Justitie lijkt veel ruimte te laten aan werkgevers om het dragen van religieuze symbolen op de werkplek te verbieden, mits zo’n verbod op een algemene en neutrale manier geformuleerd wordt. Er blijven echter veel vragen onbeantwoord en daardoor is onduidelijk hoe richtinggevend de arresten nu precies zijn. HvJ 14 maart 2017, zaak C-157/15, Samira Achbita/G4S Secure Solutions NV, ECLI:EU:C:2017:203 en zaak C-188/15, Asma Bougnaoui/Micropole SA, ECLI:EU:C:2017:204
TijdschriftartikelHvJ EU 14-03-2017, C-157/15
RvdW 2017/760
Sociale politiek. Gelijke behandeling. Discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging. Arbeidsreglement van een onderneming dat werknemers verbiedt om zichtbare politieke, filosofische of religieuze tekens te dragen op het werk. Directe discriminatie. Geen indirecte discriminatie. Verbod voor een werkneemster om een islamitische hoofddoek te dragen.
TijdschriftartikelNeutraliteit op de werkvloer en het hoofddoekverbod
TAP 2017/213
Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft een hoofddoekverbod op het werk getoetst aan het recht op gelijke behandeling op grond van religie. Volgens het Hof is het verbod toegestaan als een onderneming een neutrale uitstraling nastreeft. Maar wat neutraal is, wordt bepaald door de meerderheid. Is er dan nog wel plaats voor religieuze minderheden op het werk?

Gratis verder lezen? Maak 4 weken lang kosteloos en geheel vrijblijvend kennis met Recht.nl


  • Dagelijks juridisch nieuws & jurisprudentie
  • Samenvattingen van 100 vakbladen
  • Juridische zoekmachine

Hét internetportaal voor juristen