ECLIECLI:EU:C:2019:260
Datum27-03-2019
InhoudsindicatieArrest van het Hof (Vierde kamer) van 27 maart 2019.#Mariusz Pawlak tegen Prezes Kasy Rolniczego Ubezpieczenia Spolecznego.#Verzoek van de Sad Najwyzszy om een prejudiciele beslissing.#Prejudiciele verwijzing - Interne markt voor postdiensten - Richtlijnen 97/67/EG en 2008/6/EG - Artikel 7, lid 1 - Begrip ,exclusieve of bijzondere rechten voor het vestigen of aanbieden van postdiensten' - Artikel 8 - Recht van de lidstaten om de dienst voor aangetekende zendingen waarvan gebruik wordt gemaakt in het kader van gerechtelijke procedures, te organiseren - Termijn voor indiening van processtukken bij een rechterlijke instantie - Met het Unierecht conforme uitlegging van het nationale recht - Grenzen - Rechtstreekse werking ingeroepen door een emanatie van een lidstaat in het kader van een geschil met een particulier.#Zaak C-545/17.
Recht.nl artikelVerzendtheorie vs. ontvangsttheorie in de Awb (12-06-2019)
Op grond van artikel 6:9 Awb wordt onderscheid gemaakt tussen verzending via PostNL, of via een andere postvervoerder. Als men een processtuk via PostNL aan een (gerechtelijke) instantie zendt, geldt het moment van verzending (dus het moment van deponeren in de oranje brievenbus, dan wel afgifte op een postkantoor) als moment van indiening. Als het processtuk daarentegen via een ander postvervoerbedrijf wordt verzonden, geldt als moment van indiening het moment van ontvangst door de (gerechtelijke) instantie. Een arrest van het Europees Hof van Justitie over de Postrichtlijn noopt tot aanpassing van de wet.
> Verzendtheorie moet voor elke postbode gelden (Advocatenblad.nl)
> Zie ook: Kiezen voor postbezorging anders dan PostNL heeft gevolgen voor de bewijslast (Recht.nl, 24/02/2019)
> Verzendtheorie voor bezwaar- en beroepschriften niet langer houdbaar na arrest Hof van Justitie? (Stibbeblog.nl)
Recht.nl artikelNoot over gevolgen Europese uitspraak voor de verzendtheorie in de Awb (05-09-2019)
In dit arrest oordeelt het Hof van Justitie dat de Postrichtlijn zich verzet tegen een nationale regeling die alleen de afgifte van een processtuk aan een verlener van universele postdiensten erkent als gelijkwaardig aan de indiening van het processtuk bij de betrokken rechterlijke instantie. Dit arrest heeft gevolgen voor o.a. artikel 6:9 lid 2 Awb. Dit arrest is geannoteerd door Rogier Stijnen in AB 2019/349.
> Noot bij ECLI:EU:C:2019:260 (Rogier Stijnen, AB Bestuursrecht 2019/349)
> Zie ook: Verzendtheorie vs. ontvangsttheorie in de Awb (Recht.nl, 12/06/2016)
> Meer over AB Rechtspraak Bestuursrecht >>
TijdschriftartikelVerzendtheorie moet voor elke postbode gelden
B. Braeken, M. Koppenol
Adv.bl. 2019-5, p. 56
Een recent arrest van het Europees Hof van Justitie van 27 maart 2019 over de Postrichtlijn noopt tot aanpassing van de verzendtheorie van artikel 6:9 Algemene wet bestuursrecht (Awb).
TijdschriftartikelHvJ EU 27-03-2019, C-545/17 (met noot)
R. Stijnen
AB 2019/349
Richtlijn 97/67/EG verzet zich tegen een nationale regeling die alleen de afgifte van een processtuk aan een verlener van universele post diensten erkent als gelijkwaardig aan de indiening van het processtuk bij de betrokken rechterlijke instantie.
Gerelateerd ECLI:NL:RBDHA:2019:8610