College van Beroep voor het bedrijfsleven, 29-09-2016 / 15/627


ECLIECLI:NL:CBB:2016:306
Datum29-09-2016
InhoudsindicatieHoger beroep. Intrekking van vergunning op grond van artikel 6, aanhef en onder f, van de Wtt. Appellante is een trustkantoor. Zij heeft een persoon die vanaf haar oprichting (mede) haar beleid bepaalde niet gemeld. Gelet op de verdenkingen (ernstige witwaspraktijken) die tegen deze beleidsbepaler bestonden op het moment van de vergunningverlening, is het aannemelijk dat DNB de vergunning niet zou hebben verleend indien de beleidsbepaler wel bij haar gemeld was. Volgt een bevestiging van de aangevallen uitspraak.
TijdschriftartikelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven 29-09-2016 (met noot)
W.M.A. Pronk
JOR 2016/334
Intrekken vergunning trustkantoor, Niet melden van identiteit en antecedenten (mede)beleidsbepaler, Tegen deze persoon liep op moment van vergunningverlening strafrechtelijk onderzoek wegens witwaspraktijken, Door appellante is bewust verkeerde voorstelling van zaken gegeven, Aannemelijk is dat vergunning niet zou zijn verleend indien betreffende informatie aan DNB bekend was geweest, Vervolg op Rb. Rotterdam 2 juli 2015, «JOR» 2015/265, m.nt. Van Eersel
TijdschriftartikelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven 29-09-2016
JONDR 2017/90
Vergunning, trustkantoor, antecedenten, (mede)beleidsbepaler. Niet melden van identiteit en antecedenten (mede)beleidsbepaler leidt tot intrekking vergunning trustkantoor.
Gerelateerd ECLI:NL:RBROT:2015:4651
Gerelateerd ECLI:NL:RBROT:2015:4651