Centrale Raad van Beroep, 18-04-2012 / 11-4399 WMO


ECLIECLI:NL:CRVB:2012:BW3240
Datum18-04-2012
InhoudsindicatieAfwijzing aanvraag voor toegang tot de maatschappelijke opvang. Vreemdeling. Niet in geschil is dat appellant ten tijde in geding geen rechtmatig verblijf had in Nederland, zodat hij geen aanspraak kon maken op toelating tot de maatschappelijke opvang in de zin van de Wmo. De Raad heeft reeds in vele uitspraken geoordeeld dat in de koppelingswetgeving, waarbij aan vreemdelingen slechts onder bepaalde voorwaarden rechten worden verleend welke aan Nederlandse onderdanen zonder die voorwaarden worden toegekend, een onderscheid naar nationaliteit aan de orde is dat verenigbaar is met de non-discriminatievoorschriften welke zijn vervat in diverse - rechtstreeks werkende - bepalingen in internationale verdragen. Er is geen reden om in de onderhavige situatie anders te oordelen. Appellant behoorde door zijn gezondheidstoestand ten tijde van belang niet tot de categorie van kwetsbare personen die gezien artikel 8 van het EVRM in het bijzonder recht heeft op bescherming van hun gezin- of privéleven, ook niet in samenhang bezien met zijn leeftijd. Niet is gebleken dat de weigering van toelating tot maatschappelijke opvang in de gegeven omstandigheden geen blijk geeft van een fair balance tussen de publieke belangen die betrokken zijn bij de weigering van die toegang en de particuliere belangen van appellant om wel toegelaten te worden. Gelet hierop treft het beroep op artikel 3 van het EVRM, dat een veel zwaardere norm stelt, evenmin doel. Het beroep op de Terugkeerrichtlijn kan onbesproken blijven.
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2001:AB2276 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2012:BW6227
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2015:1016