Centrale Raad van Beroep, 29-05-2012 / 10/3311 WWB + 10/3312 WWB


ECLIECLI:NL:CRVB:2012:BW6818
Datum29-05-2012
InhoudsindicatieIntrekking bijstand en terugvordering. Gelet op de feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, kan, anders dan appellante betoogt, in de periode in geding niet worden gesproken van duurzaam gescheiden levende echtgenoten. Er is geen aanleiding voor het oordeel dat appellante en de echtgenoot niet aan hun verklaringen kunnen worden gehouden. De bevindingen uit de gedane waarnemingen en observaties alsmede de verklaring van de buurman van appellante, die in dit verband als aanvullend bewijs dienen te worden gezien en als zodanig voldoende concreet zijn, bevestigen de verklaring van appellante dat de echtgenoot vrijwel dagelijks bij haar en de kinderen verbleef. Er bestond voldoende aanleiding om door middel van waarnemingen te onderzoeken of de echtgenoot bij appellante verbleef. Niet kan worden gezegd dat het doen van waarnemingen onevenredig is ten opzichte van het met het onderzoek nagestreefde doel. De verklaringen van de neef, achterneef en verhuurder doen aan het voorgaande niet af.
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2010:BO6538 ★★★★★