Centrale Raad van Beroep, 18-07-2012 / 10-3002 WW-T


ECLIECLI:NL:CRVB:2012:BX2187
Datum18-07-2012
InhoudsindicatieTussenuitspraak. Weigering voorschot op WW-uitkering. Verwijtbaar werkloos. Dubbel hoger beroep van Uwv en werkgever. Op 10 juli 2008 heeft de werkgever aan betrokkene het definitieve besluit tot het opleggen van de disciplinaire maatregel van onvoorwaardelijk ontslag bekend gemaakt. Dit ontslag gaat, blijkens dat besluit, pas in op 1 augustus 2008. Deze gang van zaken biedt onvoldoende indicaties om aan te nemen dat voor de werkgever sprake was van een dringende reden in de zin van artikel 7:678 van het BW, op grond waarvan ontslag op staande voet had kunnen worden gegeven. De werkgever heeft onvoldoende voortvarend gereageerd op de reeds op 14 april 2008 gesignaleerde gedraging van betrokkene, met name niet nadat betrokkene op 9 mei 2008 op die gedraging is aangesproken en betrokkene die gedraging en de onjuistheid van die gedraging heeft erkend. Tevens is hierbij van betekenis dat de werkgever betrokkene, naar ter zitting te kennen is gegeven, uit zorgvuldigheidsoverwegingen pas per 1 augustus 2008 heeft ontslagen. Gelet hierop, is er onvoldoende grond voor de door het Uwv betrokken stelling dat hij ten tijde van het nemen van het bestreden besluit goede reden had om te verwachten dat van verwijtbare werkloosheid in de zin van artikel 24, tweede lid, aanhef en onder a, van de WW sprake was en dat als maatregel een blijvend gehele weigering van de uitkering zou worden opgelegd.
TijdschriftartikelCentrale Raad van Beroep, 18-07-2012, 10/3002 WW-T + 10/3439 WW-T
RSV 2012/268
Ontbreken subjectieve dringendheid ontslag
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8713 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2010:BN1974 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2011:BP4569
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2015:1876