Centrale Raad van Beroep, 23-04-2013 / 11/6557 WWB + 11/6558 WWB + 11/6559 WWB + 11/6560 WWB


ECLIECLI:NL:CRVB:2013:BZ8549
Datum23-04-2013
InhoudsindicatieIntrekking en (mede)terugvordering. Meerdere periodes. Duurzaam gescheiden leven. Gezamenlijke huishouding. Niet-ontvankelijk verklaring van het beroep. Het wijzigingsbesluit heeft geen enkele verandering gebracht in het bestreden besluit voor zover dat betrekking heeft op de intrekking van de bijstand van appellante. De rechtbank heeft ten onrechte aangenomen dat het procesbelang van appellante is komen te ontvallen. De rechtbank heeft het beroep van appellante ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Duurzaam gescheiden leven. Het recente onderzoek door de sociale recherche heeft aan het licht gebracht dat appellant niet, zoals destijds was aangenomen, door omstandigheden gedurende slechts een beperkte periode vaak in de woning van appellante was, maar dat appellanten vanaf 6 november 2001 onveranderd een dermate intensief contact met elkaar hadden dat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven. De schending van de inlichtingenverplichting door appellante en de nieuwe bevindingen van het onderzoek door de sociale recherche staan in de weg aan een geslaagd beroep op het rechtszekerheidsbeginsel. Gezamenlijke huishouding. De onderzoeksbevindingen van de sociale recherche bieden eveneens een toereikende grondslag voor het standpunt van het college dat appellant tijdens periode 2 zijn hoofdverblijf had in de woning van appellante. Appellante leefde in periode 1 niet duurzaam gescheiden van appellant en appellanten hebben in periode 2 een gezamenlijke huishouding gevoerd en voorts heeft appellante van een en ander ten onrechte geen opgave gedaan aan het college. Bij het wijzigingsbesluit heeft het college de terugvordering en de medeterugvordering van de gemaakte kosten van bijstand ten behoeve van appellante over de periode van 26 november 2008 tot 1 maart 2010 ten onrechte beperkt tot de helft van de bijstandsnorm voor gehuwden. De Raad kan de terugvordering niet zelf afdoen, omdat een nadere berekening zal moeten worden gemaakt van het bedrag van de terugvordering en de medeterugvordering. In dit geval bestaat ook geen ruimte voor het doen van een tussenuitspraak over de (mede)terugvordering. Een opdracht aan het college op grond van artikel 21, zesde lid, van de Beroepswet verdraagt zich niet met het rechtsmiddel van beroep in cassatie dat openstaat tegen de toepassing door de Raad van bepalingen inzake de begrippen duurzaam gescheiden leven en gezamenlijke huishouding. De Raad zal het college daarom opdragen een nieuwe beslissing te nemen op de bezwaren tegen de terugvordering en de medeterugvordering.
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2010:BO6538 ★★★★★