Centrale Raad van Beroep, 12-03-2015 / 13-6047 AW


ECLIECLI:NL:CRVB:2015:868
Datum12-03-2015
InhoudsindicatieAppellant is op 1 oktober 2008 in dienst getreden van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (werkgever) in de functie van bouwkundig adviseur. Met ingang van 1 oktober 2009 is hij in vaste dienst benoemd. In februari 2011 heeft de leidinggevende van appellant tijdens een beoordelingsgesprek een verbeterpunt en een ontwikkelpunt aangegeven. Het samenvattend oordeel was voldoende tot goed. Omdat appellant het voor de functie vereiste diploma nog niet had gehaald, kwam hij nog niet in aanmerking voor bevordering naar de functieschaal 10. Wel is voorgesteld om appellant met ingang van 1 januari 2011 een persoonlijke toelage toe te kennen gedurende 16 maanden. Tussen partijen is niet in geschil dat ten tijde in geding sprake was van verstoorde verhoudingen. Hoewel ook aan de zijde van de werkgever fouten zijn gemaakt, is de Raad met de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een overwegend aandeel aan de kant van de werkgever - zoals appellant meent - in het ontstaan en voortbestaan van de verstoring van de werkrelatie. Appellant heeft echter de situatie onnodig op de spits gedreven door het indienen van allerlei e-mails, brieven en klachten, waarvan de inhoud en de toon al vanaf het begin weinig ruimte bood voor een positieve wending in de verhoudingen. De stelling van appellant dat het dagelijks bestuur hem met de toegekende garantie van reguliere en bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen heeft tekortgedaan, slaagt niet. Verwijzing naar ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2043.
TijdschriftartikelCentrale Raad van Beroep 12-03-2015
TAR 2015/90
Ontslag op andere gronden
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2043 ★★★★★