Centrale Raad van Beroep, 19-03-2015 / 13-4234 AW


ECLIECLI:NL:CRVB:2015:930
Datum19-03-2015
InhoudsindicatieAfwijzing verzoek om vergoeding van alle materiŽle (1) en immateriŽle (2) schade. Schending zorgplicht van het college als werkgever van appellante. 1) Voor het oordeel dat sprake is van materiŽle schade die, los van het -als rechtmatig aan te merken- ontslag, voortvloeit uit de schending van de zorgplicht, zijn geen aanknopingspunten gevonden. Voor vergoeding van materiŽle schade bestaat dan ook geen grond. 2) Appellante heeft de gestelde psychische schade niet aannemelijk gemaakt. Reputatieschade. Het college kan daarbij worden aangerekend dat het zich zonder voorbehoud heeft geschaard achter de inhoud van het rapport van B en geen aanleiding heeft gezien om afstand te nemen van de daarin gemaakte subjectieve en onprofessionele kwalificaties jegens appellante. Het college is aansprakelijk voor de door appellante geleden schade bestaande uit de aantasting van haar goede naam. Appellante heeft op de voet van artikel 6:106 van het BW recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van deze schade. De Raad is van oordeel dat in de onderhavige uitspraak voldoende genoegdoening is gelegen om het geleden nadeel te compenseren.
TijdschriftartikelCentrale Raad van Beroep 19-03-2015
USZ 2015/180
Schadevergoeding, Reputatieschade, Voldoende genoegdoening met de gegeven uitspraak.
TijdschriftartikelCentrale Raad van Beroep 19-03-2015
TAR 2015/96
Besluit op verzoek om schadevergoeding
TijdschriftartikelCentrale Raad van Beroep 19-03-2015
JB 2015/107
Schadevergoeding, Reputatieschade, Voldoende genoegdoening met de gegeven uitspraak.
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2000:AB0072 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2011:BR1216 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8837 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2012:BV8626 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2007:BD8295
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2016:2668
Gerelateerd ECLI:NL:RBNNE:2019:1514
Gerelateerd ECLI:NL:RBLIM:2018:4079
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2018:3894
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2017:1984