Centrale Raad van Beroep, 13-11-2018 / 16-1859 WWB


ECLIECLI:NL:CRVB:2018:3657
Datum13-11-2018
InhoudsindicatieNiet gemeld onroerend goed in Turkije. De na het gesprek (zonder cautie) verstrekte registratie door appellante biedt voldoende grondslag voor bezit van vermogen. Indien de boete voor wat betreft de hoogte mede wordt vastgesteld op grond van de vůůr 1 januari 2013 geldende maatregelenverordening, kan geen beroep gedaan worden op een destijds geldende beleidsregel over matiging bij overschrijding van de beslistermijn. Gevolgen overschrijding redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM bij zowel procedure over intrekken en terugvorderen als over de boete. Overschrijding redelijke termijn met 16 maanden leidt voor de boete tot een vermindering van 15%.
TijdschriftartikelCentrale Raad van Beroep 13-11-2018
NJB 2018/2264
Niet gemeld onroerend goed
TijdschriftartikelCentrale Raad van Beroep 13-11-2018
USZ 2019/16
Verzwegen vermogen in het buitenland, Vaststelling hoogte boete, Voortdurende overtreding met aanvang vůůr 1 januari 2013, Maatregelenverordening, Beleidsregel, Overschrijding redelijke termijn, Matiging boete bij een overschrijding van de redelijke termijn met meer dan 12 maanden.
TijdschriftartikelCentrale Raad van Beroep 13-11-2018
JB 2019/19
Overschrijding redelijke termijn, Overschrijding in bestuurlijke fase en in de rechterlijke fase, Samenloop intrekking en terugvordering met boete, Vermindering boete als gevolg overschrijding redelijke termijn.
TijdschriftartikelCentrale Raad van Beroep 13-11-2018
RSV 2019/23
Bezit van vermogen
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2009:BH1009 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2016:252 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD0191 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2015:1231 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2016:3024 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2015:1807 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:292 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2016:10 ★★★★★