Gerechtshof Amsterdam, 06-02-2014 / 12/00024, 12/00025 en 12/00026


ECLIECLI:NL:GHAMS:2014:403
Datum06-02-2014
InhoudsindicatieBelanghebbenden beëindigen ultimo 2000 de feitelijke uitoefening van hun tuinbouwbedrijf. Na omzanding van de grond wordt deze verhuurd. In 2003 wordt een verkoopovereenkomst gesloten met de gemeente betreffende de verkoop van de grond en de onroerende zaken. Het Hof komt evenals de rechtbank tot het oordeel dat het belanghebbenden niet is toegestaan de stakingswinst in 2000 te verantwoorden. Belanghebbenden hadden in 2000 reeds de intentie om de grond aan de gemeente te verkopen, zodat ultimo 2000 sprake is van het aanhouden van tot het (verplichte) ondernemingsvermogen behorende onroerende zaken in afwachting van een geschikte gelegenheid tot verkoop ervan. Op grond van goed koopmansgebruik mocht ervoor worden gekozen de winst in 2003 (het jaar van totstandkoming van de verkoopovereenkomst) te verantwoorden in plaats van 2004 (het jaar van levering van de onroerende zaken). Doordat de aanslag 2003 wegens termijnoverschrijding is vernietigd, kan niet meer worden teruggekomen op de gedane aangifte. De winst dient daarom in 2004 te worden verantwoord. Belanghebbenden maken niet aannemelijk dat de onjuiste etikettering van erf en ondergrond van de woning op het tijdstip van de verkoop reeds was gecorrigeerd. De grond dient ten tijde van de verkoop tot het ondernemingsvermogen te worden gerekend en er dient over de daarmee gerealiseerde boekwinst te worden afgerekend. Omdat de bij de verkoop ontvangen rentevergoeding deels ziet op privévermogen, is deze vergoeding voor dat deel niet belast.
TijdschriftartikelGerechtshof Amsterdam 06-02-2014 (met noot)
A. Rozendal
NTFR 2014/1523
Opbrengst verkoop onroerende zaken terecht in 2004 als nagekomen stakingswinst belast.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2003:AF5826 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:71 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBHAA:2011:BU6832
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:71 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBHAA:2011:BU6832