Gerechtshof Amsterdam, 02-10-2014 / 14/00069


ECLIECLI:NL:GHAMS:2014:4470
Datum02-10-2014
Inhoudsindicatie1. Belanghebbende heeft na het einde van de termijn bezwaar gemaakt. Belanghebbende heeft geen omstandigheden gesteld waardoor het niet aan hem is toe te rekenen dat het bezwaar te laat is ingediend. 2. De redelijke termijn voor de behandeling in het bezwaar en het beroep is bij gerechtshof s-Gravenhage met 5 jaar en ruim 4 maanden overschreden. Omdat de zaken gemeenschappelijk zijn behandeld en in hoofdzaak betrekking hadden op hetzelfde onderwerp, kent het Hof ťťnmaal een vergoeding van 500 voor iedere zes maanden (of resterend deel van zes maanden) toe, zodat de vergoeding in totaal 11 x 500 = 5.500 beloopt. Van de totale vergoeding van 5.500 rekent het Hof 500 toe aan de inspecteur en 5.000 aan de Minister.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5046 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BX6666 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:540 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BC7249 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BZ6799 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:89