Gerechtshof Amsterdam, 16-10-2014 / 14/00019


ECLIECLI:NL:GHAMS:2014:4471
Datum16-10-2014
InhoudsindicatieEr is reden af te wijken van de standaardtermijnen en wel in die zin dat de redelijke behandelingsduur voor de bezwaarfase in het onderhavige geval wordt gesteld op anderhalf jaar en voor de behandeling in de beroepsfase op tweeŽneenhalf jaar. Het Hof wijst het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente over het bedrag aan te vergoeden immateriŽle schade af. Voor zover belanghebbende heeft verzocht om vergoeding van rente tot aan de datum van de onderhavige uitspraak, dient dit verzoek te worden afgewezen aangezien het in de jurisprudentie ontwikkelde schadevergoedingstarief van 500 per half jaar termijnoverschrijding naar s Hofs oordeel is bedoeld als een forfaitaire tegemoetkoming voor de geleden immateriŽle schade. Voor zover belanghebbende heeft verzocht om vergoeding van (wettelijke) rente bij (te late) uitbetaling van de immateriŽle schadevergoeding na de datum van de rechterlijke uitspraak, wijst het Hof op het bepaalde in artikel 8:76 Awb. Op grond van deze bepaling levert de onderhavige uitspraak een executoriale titel op, die met toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten uitvoer kan worden gelegd. Gelet hierop bestaat evenmin aanleiding tot vergoeding van wettelijke rente vanaf de datum van de gecasseerde uitspraak van het gerechtshof s-Gravenhage, aangezien deze uitspraak (als gevolg van het ingestelde cassatieberoep) niet onherroepelijk is komen vast te staan.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5046 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BX6666 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:540 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BC7249 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BZ6799 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:1822