Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-12-2016 / 200.182.703/01


ECLIECLI:NL:GHARL:2016:10344
Datum20-12-2016
InhoudsindicatieAppellante heeft in 2006 van derden het erfpachtsrecht met betrekking tot perceel X gekocht, er vanuit gaande dat zij van de Gemeente de blote eigendom van dit perceel zou kunnen verwerven. Het perceel maakt deel uit van een complex van recreatiewoningen. De Gemeente heeft in 2002 van het merendeel van de percelen de blote eigendom verkocht aan de erfpachters. Het perceel X is het laatste perceel dat nog niet is verkocht. De Gemeente wil het perceel verkopen voor een prijs aangepast aan de marktwaarde in 2006. Appellante heeft met een beroep op het vertrouwensbeginsel, toezeggingen door een ambtenaar, schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid en het gelijkheidsbeginsel betoogd dat het perceel aan haar moet worden aangeboden voor de prijs per vierkante meter die in 2002 is gehanteerd, met een door haar berekende opslag. Om verschillende redenen slaagt het betoog van appellante niet. De Gemeente heeft in 2002 geen beleid in de zin van artikel 1:3 lid 4 Awb vastgesteld, noch een vaste gedragslijn. De Gemeente heeft wel onrechtmatig gehandeld door aan de privaatrechtelijke toestemming tot nieuwbouw op perceel X op grond van het erfpachtscontract de voorwaarde te verbinden dat de canon aanzienlijk wordt verhoogd. De erfpachtsvoorwaarden bieden daarvoor geen grondslag. Misbruik van bevoegdheid. Schadevergoeding ter hoogte van de kosten van de bouwtekening.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BC4959 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BI8771 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BQ7064 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BO1815 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AU2397 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BZ2904 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BW0219 ★★★★★