Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26-11-2018 / 21-005652-13


ECLIECLI:NL:GHARL:2018:10292
Datum26-11-2018
InhoudsindicatieBevoegdheid van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden om kennis te nemen van een ontnemingsvordering na een toewijzing in eerste aanleg door de rechtbank Leeuwarden, aangewezen als nevenzittingsplaats van de rechtbank Rotterdam. Ten tijde van het uitbrengen van de ontnemingsvordering gold het Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen. Op grond hiervan was de rechtbank Leeuwarden bevoegd om kennis te nemen van vorderingen die voordien alleen bij de rechtbank Rotterdam aangebracht konden worden. Bezien in het licht van het accessoire karakter van de ontnemingsvordering was de Rechtbank Leeuwarden bevoegd om kennis te nemen van de onderhavige ontnemingsvordering. Het niet vermelden van het optreden als nevenzittingsplaats van de rechtbank Rotterdam staat niet aan haar bevoegdheid in de weg. Aldus is ook het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevoegd om kennis te nemen van de ontnemingsvordering.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★