Gerechtshof Den Haag, 07-06-2017 / BK-16/00546 t/m BK-16/00557 BK-16/00596


ECLIECLI:NL:GHDHA:2017:1723
Datum07-06-2017
InhoudsindicatieTussen partijen is in geschil of de navorderingsaanslagen en aanslagen terecht dan wel tot het juiste bedrag zijn opgelegd en of de beschikkingen terecht dan wel tot de juiste bedragen zijn gegeven. Meer in het bijzonder is in geschil: Zijn de beroepen tegen de definitieve aanslagen voor de jaren 2001 tot en met 2010 ontvankelijk ondanks dat geen bezwaar is ingediend? Heeft de wetgever, door het voordeel uit sparen en beleggen te bepalen op 4 percent van de rendementsgrondslag voor zover die meer bedraagt dan het heffingsvrije vermogen (hierna: het forfaitaire stelsel), mede gelet op het toepasselijke tarief, artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EP EVRM) geschonden? Is het forfaitaire stelsel, mede gelet op het toepasselijke tarief, in het individuele geval van belanghebbende in strijd met artikel 1 EP EVRM omdat het voor belanghebbende in vergelijking tot andere belastingplichtigen leidt tot een buitensporige last? Moet hierbij rekening worden gehouden met de inkomsten die belanghebbende in andere boxen geniet? Heeft belanghebbende recht op vermindering van de in rekening gebrachte heffingsrente en belastingrente? Dient de ingehouden bronbelasting te worden terugbetaald? Is sprake van rechtsongelijkheid? Heeft de Inspecteur vertrouwen gewekt dat hij het vermogensverlies op Argentijnse staatsobligaties in aanmerking zou nemen? Heeft belanghebbende recht op een schadevergoeding en een integrale proceskostenvergoeding?
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5046 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5080 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5087 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:812 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP5536 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BR0664 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBDHA:2016:14343
Gerelateerd ECLI:NL:RBDHA:2016:14343