Gerechtshof Den Haag, 28-06-2017 / BK-16/00079 tot en met BK-16/00086


ECLIECLI:NL:GHDHA:2017:1963
Datum28-06-2017
InhoudsindicatieTussen partijen is in geschil of de aanslagen terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd. Meer in het bijzonder is tussen partijen in geschil of: sprake is van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt (2002 tot en met 2006); bij het opleggen van de navorderingsaanslagen voortvarend is gehandeld (2000 tot en met 2006); de navorderingsaanslagen voldoende zijn gemotiveerd (2000 tot en met 2006); het vertrouwensbeginsel bij aanslagregeling navordering in de weg staat (2000 tot en met 2006); gehandeld is in strijd met artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (2000 tot en met 2006, 2008 en 2009; door de Belastingdienst zorgvuldig is gehandeld (2000 tot en met 2006, 2008 en 2009); gehandeld is in strijd met het fair-playbeginsel (2000 tot en met 2006, 2008 en 2009); het vermogen van de Trust en [B] aan erflater kon worden toegerekend; indien fiscale transparantie van de Trust wordt aangenomen: inbreng van vermogen in [B] heeft plaatsgevonden (2000 tot en met 2006, 2008 en 2009); rekening moet worden gehouden met de schuld aan de boedel (box 3) in de periode vr het arrest van Hof Amsterdam van 3 juli 2008 (2000 tot en met 2006 en 2008); erflater een schuld heeft aan [B] (2008 en 2009); belanghebbenden bij gegrondbevinding van het hoger beroep recht hebben op vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten.
TijdschriftartikelGerechtshof Den Haag 28-06-2017 (met noot)
Redactionele aantekening
V-N 2017/50.10
Belanghebbende heeft beschikkingsmacht over trustvermogen (box 3)
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:BA2802 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP2975 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:717 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AU3140 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2010:BL7972 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBDHA:2016:238
Gerelateerd ECLI:NL:RBDHA:2016:238
Gerelateerd ECLI:NL:RBZWB:2019:427