Gerechtshof Den Haag, 13-02-2018 / 22-004872-17


ECLIECLI:NL:GHDHA:2018:251
Datum13-02-2018
InhoudsindicatieDe verdachte heeft zich samen met zijn mededader schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen tot het bereiden/verwerken van harddrugs door een grote hoeveelheid benzocaïne aanwezig te hebben, die bestemd was als versnijdingsmiddel (artikel 10a van de Opiumwet). Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 193 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Tevens een taakstraf voor de duur van 216 uren, subsidiair 108 dagen hechtenis.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:AZ0213 ★★★★★