Gerechtshof Den Haag, 12-10-2018 / BK-18/00482


ECLIECLI:NL:GHDHA:2018:2723
Datum12-10-2018
InhoudsindicatieIn hoger beroep betreft het geschil de schending van de hoorplicht en de vergoeding van rente wegens het niet tijdig voldoen van de immateriele schade. Naar 's Hofs oordeel heeft de rechtbank op alle onderdelen op goede gronden juist geoordeeld.
TijdschriftartikelImmateriŽle schadevergoeding bij overschrijding redelijke termijn
K.A.M. Stoffels
Fiscaal Praktijkblad 2018/97
Indien de rechtbank het beroep gegrond verklaart, kan zij, indien daarvoor gronden zijn, op verzoek van een partij het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van de schade die die partij lijdt. Dat is de letterlijke tekst van het vervallen artikel 8:73 lid 1 Awb. Op 1 juli 2013 is de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten (Wns) in werking getreden. Daarmee werd beoogd de schadevergoeding bij onrechtmatig overheidshandelen te stroomlijnen. De nieuwe wetgeving (artikel 8:88 e.v. Awb) is echter beperkt van toepassing op belastingzaken, namelijk alleen voor de vennootschapsbelasting. Dat betekent dat de fiscale praktijk, voor wat betreft de schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn bij behandeling van bezwaar en beroep, voorlopig te maken heeft met het formeel vervallen artikel 8:73 Awb. Dat is geregeld in het overgangsrecht van de Wns.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:BA2802 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2003:AF7495 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BM1243 ★★★