Gerechtshof Den Haag, 27-11-2018 / BK-18/00401


ECLIECLI:NL:GHDHA:2018:3522
Datum27-11-2018
InhoudsindicatieDe Rechtbank heeft, aangezien zij diende te beslissen of belanghebbende recht had op immateriŽle schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarfase, het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Er is sprake van een beslissing die de rechtbank bij haar uitspraak kan nemen, waardoor belanghebbende in een betere positie kan komen. Ingeval het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard omdat de naheffingsaanslag is vernietigd en daarbij een forfaitaire kostenvergoeding is toegekend, zou de op zichzelf gerechtvaardigde vraag of sprake is een zodanige termijnoverschrijding in de bezwaarfase dat recht bestaat op een immateriŽle schadevergoeding niet meer door de rechter kunnen worden beoordeeld. Dit kan niet worden aanvaard. Belanghebbende heeft in beroep verzocht om vergoeding van immateriŽle schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Dit verzoek had de Rechtbank niet onbesproken mogen laten. De Rechtbank heeft op 30 januari 2018, nr. SGR 17/3921, betreffende het bezwaar tegen de voldoening op aangifte Bpm van dezelfde auto, waarbij tegelijk bezwaar was gemaakt tegen de naheffingsaanslag en het bezwaar hetzelfde onderwerp betrof, namelijk het vaststellen van het afschrijvingspercentage om de Bpm te berekenen, en de procedure in bezwaar en beroep gelijk opgingen, geoordeeld dat de redelijke termijn is overschreden met afgerond 1,5 jaar en heeft daarvoor 1.500 aan vergoeding toegekend. In dit geval is eveneens sprake van een termijnoverschrijding van afgerond 1,5 jaar. Het Hof kent nu niet afzonderlijk een immateriŽle schadevergoeding toe en wijst het verzoek om bovenop de reeds in de zaak SGR 17/3921 (BK-18/00402) toegekende vergoeding nogmaals een vergoeding toe te kennen, af. De Inspecteur heeft de naheffingsaanslag Bpm in bezwaar zonder belanghebbende te horen vernietigd en een forfaitaire kostenvergoeding toegekend. De hoorplicht in bezwaar geldt niet als de Inspecteur volledig tegemoet komt d.w.z. volledig aan het bezwaar gericht tegen het primaire besluit tegemoet wordt gekomen. Het bezwaar kan zich alleen richten tegen het primaire besluit, de kostenbeslissing is immers op het moment dat bezwaar wordt ingesteld nog niet genomen. Het Hof is zonder een beslissing van de ontvanger over een verzoek om vergoeding van Irimie-rente niet bevoegd te oordelen omtrent een dergelijk verzoek vanwege de onmiddellijke werking van artikel 28c IW 1990, welke regeling als lex specialis voorrang heeft.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5046 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:BA2802 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5087 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:540 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:EU:C:2013:250 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2004:AQ3810 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:341 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AU3929 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:3603 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:878 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2011:BO5080 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2016:833 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:844 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:3226 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2017:1787 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHDHA:2017:1389 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:2846 ★★