Gerechtshof Den Haag, 15-05-2019 / BK-18/00802 en 18/00803


ECLIECLI:NL:GHDHA:2019:1183
Datum15-05-2019
InhoudsindicatieDe FIOD heeft een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar belanghebbende en diens kinderen in verband met mogelijke fraude met kinderopvangtoeslag. Door of met behulp van belanghebbende werden onjuiste aanvragen kinderopvangtoeslag ingediend, waarbij te veel opvanguren werden opgevoerd of waarbij ten aanzien van één van of meerdere kinderen in het geheel geen opvang werd genoten. Belanghebbende is daarvoor strafrechtelijk veroordeeld. Tevens is belanghebbende veroordeeld tot het betaling aan de Staat van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel. Het Hof verwerpt de stelling van belanghebbende dat de Inspecteur niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken uit het boetedossier en het strafdossier heeft overgelegd. Voor zover het boetedossier al van belang is voor de beslechting van de in hoger beroep (nog) bestaande geschilpunten, geldt dat het boetedossier reeds in de beroepsfase door belanghebbende zelf beschikbaar is gesteld aan de rechter. Verder ziet het Hof geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de Inspecteur dat alle stukken uit het FIOD-dossier zijn ingebracht die haar ter beschikking hebben gestaan. De uit artikel 8:42, lid 1, Awb voortvloeiende verplichting gaat niet zo ver dat de Inspecteur gehouden is om ook stukken in te brengen die ten grondslag liggen aan processen-verbaal van de FIOD die haar niet ter beschikking hebben gestaan. Het bewijsaanbod van belanghebbende acht het Hof tardief. De omstandigheid dat de Inspecteur niet zelf de stukken uit het strafdossier heeft geselecteerd leidt niet tot schending van het zorgvuldigheidsbeginsel. Bovendien heeft de Inspecteur ook gegevens uit eigen onderzoek gebruikt bij het vaststellen van de navorderingsaanslagen. De Inspecteur heeft een redelijke schatting gemaakt van de door belanghebbende genoten winst. De beslissing van de strafrechter in de ontnemingsprocedure doet daaraan niet af.
Recht.nl artikelWinstcorrecties ter zake van fraude van gastouderbureau terecht aan belanghebbende toegerekend (22-08-2019)
Deze zaak draait om fraude door een gastouderbureau met de aanvraag van kinderopvangtoeslag (KOT). Belanghebbende is daarvoor (net als zijn zoon en dochter) strafrechtelijk veroordeeld en voert in deze fiscale zaak (zonder gemachtigde) een aantal aardige (maar weinig kansrijke) formele verweren. Wat opvalt, is dat het hof weinig woorden nodig heeft om fiscaal tot een totaal andere uitkomst te komen dan de ontnemingsrechter in de zaak van belanghebbende.
> Winstcorrecties ter zake van fraude van gastouderbureau terecht aan belanghebbende toegerekend (Jaeger.nl | NTFR 2019/1869 met nt. M. Lammers)
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1298 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD0191 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:874 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:29 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:1182 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2018:672 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BW4122 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BN3830 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:1997:AA2158 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBDHA:2018:9039