Gerechtshof Den Haag, 07-05-2019 / BK-18/00613 en BK-18/00614


ECLIECLI:NL:GHDHA:2019:1729
Datum07-05-2019
InhoudsindicatieAan belanghebbende is na een strafrechtelijk onderzoek en nadat hij op een (herhaald) schriftelijk verzoek van de Belastingdienst geen administratie heeft overgelegd, een informatiebeschikking opgelegd waarin hem nogmaals is gevraagd de administratie te overleggen. Belanghebbende is tegen de informatiebeschikking in bezwaar en (hoger) beroep gekomen en heeft zich onder meer op het standpunt gesteld dat hij niet administratieplichtig is. Het Hof oordeelt onder meer, nadat op verzoek van het Hof van de zijde van de Inspecteur nog diverse op de zaak betrekking hebbende stukken zijn ingediend, dat de Inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende administratieplichtig was in de zin van artikel 52 van de AWR, dat de Inspecteur de administratie van belanghebbende nodig heeft om de rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens ten aanzien van belanghebbende vast te stellen en dat belanghebbende de in de informatiebeschikking gevraagde gegevens dient te overleggen.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:BA2802 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:2895 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBDHA:2018:11961