Gerechtshof Den Haag, 23-04-2019 / BK-18/00795 en BK-18/00796


ECLIECLI:NL:GHDHA:2019:1776
Datum23-04-2019
InhoudsindicatieBelanghebbende heeft geen aangifte IB/PVV voor het jaar 2010 gedaan. Bij gelijktijdig met de vaststelling van de (definitieve) aanslag gegeven beschikking heeft de Inspecteur een verzuimboete ex art. 67a AWR opgelegd. Nadien is een boekenonderzoek ingesteld. Op grond van de bevindingen in dit boekenonderzoek heeft de Inspecteur voor het jaar 2010 een navorderingsaanslag opgelegd. Bij gelijktijdig met de vaststelling van de navorderingsaanslag gegeven beschikking heeft de Inspecteur een vergrijpboete ex art. 67e AWR opgelegd. In het principaal hoger beroep van de Inspecteur is in geschil of de Inspecteur de vergrijpboete heeft kunnen opleggen. In het incidenteel hoger beroep van belanghebbende is in geschil of de Inspecteur de navorderingsaanslag heeft kunnen opleggen. Het Hof behandelt eerst het incidenteel hoger beroep van belanghebbende. Anders dan de Inspecteur betoogt, ontslaat de omkering en verzwaring van de bewijslast hem niet van zijn verplichting om vůůr het opleggen van de (primitieve) aanslag kennis te nemen van de hem ter beschikking staande informatie. Toch kan de Inspecteur een navorderingsaanslag opleggen omdat belanghebbende ter zake te kwader trouw is. Het incidenteel hoger beroep is ongegrond. In het incidenteel hoger beroep vraagt belanghebbende ook om toekenning van een vergoeding van immateriŽle schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en/of de beroepsfase. Het Hof compenseert de overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en/of de beroepsfase met de onderschrijding van de redelijke termijn in de hogerberoepsfase en wijst het verzoek af. Vervolgens behandelt het Hof het principaal hoger beroep van de Inspecteur. Naar het oordeel van de Rechtbank was de Inspecteur niet bevoegd op grond van art. 67e AWR een vergrijpboete op te leggen omdat hij gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag voor dezelfde overtreding al op grond van art. 67a AWR een verzuimboete had opgelegd (ne bis in idem-regel; artikel 5:43 Awb).) Het principaal beroep van de Inspecteur is gegrond. Het Hof oordeelt dat zowel het verschil in de juridische aard van de beboetbare feiten als het verschil tussen de omschreven gedragingen dermate groot is dat geen sprake is van "hetzelfde" feit in de zin van artikel 5:43 Awb. Voorts oordeelt het Hof dat het aan grove schuld van belanghebbende te wijten is dat de aanslag tot een te laag bedrag is opgelegd.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2016:252 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1298 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BM9102 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2006:AU7741 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:1997:AA2160 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BD3566 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:2150 ★★★★