Gerechtshof Leeuwarden, 11-06-2008 / 107.001.251/01


ECLIECLI:NL:GHLEE:2008:BF2830
Datum11-06-2008
InhoudsindicatieNaar het oordeel van het hof is hetgeen Essent aan haar vordering jegens [appellant] ten grondslag legt (zie hiervoor onder 2) niet rechtstreeks op het insolventierecht gebaseerd. Immers Essent zou, zoals zij terecht stelt, de onderhavige - op het Nederlandse recht gebaseerde - vordering ook kunnen hebben instellen indien er geen creditors' voluntary winding up van Shop on TV zou hebben plaatsgevonden. Mede gelet op hetgeen hiervoor onder 7 is overwogen, doet hier niet aan af dat naar Engels recht mogelijk geldt dat ná de opening van vorenbedoelde insolventieprocedure een vordering van gelijke strekking slechts door de liquidator kan worden ingesteld.
TijdschriftartikelGerechtshof Leeuwarden, 11-06-2008, 107.001.251/01 (met noot)
T.M. Bos
«JBPr» 2008/59
Rechtsmacht van de Nederlandse rechter en gegrondheid van een vordering uit onrechtmatige daad jegens de bestuurder van een vennootschap naar Engels recht.
TijdschriftartikelGerechtshof Leeuwarden, 11-06-2008, 107.001.251/01 (met noot)
P.M. Veder
JOR 2009/20
Internationaal privaatrecht. Aansprakelijkheid bestuurder. Insolventieprocedure rechtspersoon in Verenigd Koninkrijk. In casu EEX-Verordening, en niet Europese Insolventieverordening, van toepassing op vordering uit onrechtmatige daad. Bevoegde rechter. Toepasselijk recht. Invulling Beklamelnorm. Verwijzing naar HR 18 februari 2000, «JOR» 2000/56 en HR 8 december 2006, «JOR» 2007/38.

(Jahani / @Home)
TijdschriftartikelGerechtshof Leeuwarden, 11-06-2008, 107.001.251/01
FIP 2009, p. 41
Rechtsmacht van de Nederlandse rechter en gegrondheid van een vordering uit onrechtmatige daad jegens de bestuurder van een vennootschap naar Engels recht.
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2014:3428
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2014:2717
Gerelateerd ECLI:NL:RBAMS:2012:7517