Gerechtshof 's-Gravenhage, 17-10-2011 / 22-006552-07


ECLIECLI:NL:GHSGR:2011:BT7563
Datum17-10-2011
InhoudsindicatieHet gerechtshof veroordeelt de 36-jarige verdachte tot een gevangenisstraf van 14 jaren. Het hof acht bewezen dat de verdachte op of omstreeks 30 september 2006 in Den Haag een vriend van hem om het leven heeft gebracht. De verdachte is samen met het slachtoffer in een auto midden in de nacht een pad bij hockeyvelden in het recreatiegebied Madestein een eind opgereden. Daar heeft hij het slachtoffer met meerdere opzetschoten op zijn hoofd om het leven gebracht. De rechtbank in Den Haag veroordeelde de verdachte eerder voor moord, na een eis van 16 jaren, tot een gevangenisstraf van 12 jaren. Het openbaar ministerie eiste in hoger beroep wederom een gevangenisstraf van 16 jaren voor moord. Bij de strafoplegging heeft het hof in strafverhogende zin rekening gehouden met het feit dat het slachtoffer een goede vriend van de verdachte was, dat de verdachte na de moord vrienden en bekenden van het slachtoffer geruime tijd in de waan heeft gelaten dat het slachtoffer nog leefde en dat hij geen enkel inzicht heeft gegeven ten aanzien van de vraag hoe hij tot het delict is gekomen. Het hof wilde eigenlijk een gevangenisstraf van 15 jaren opleggen, maar houdt rekening met het feit dat sprake is geweest van ernstige vertraging van de behandeling in hoger beroep van ongeveer twee jaren. Het hof is van oordeel dat deze vertraging is te wijten aan het openbaar ministerie, dat gedurende geruime tijd onvoldoende voortvarendheid heeft betracht bij het doen verstrekken van stukken aan een instituut dat in hoger beroep nader forensisch onderzoek heeft verricht. Daarom heeft het hof een gevangenisstraf van 14 jaren opgelegd.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9089
Gerelateerd ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9089