Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 04-12-2014 / 13-00786 tot en met 13-00799


ECLIECLI:NL:GHSHE:2014:5202
Datum04-12-2014
InhoudsindicatieAangezien het in rekening brengen van aanmaningskosten en kosten van betekening van dwangbevelen, gezien art. 2 en 3 van de Kostenwet, een rechtstreeks gevolg is van het verrichten van invorderingswerkzaamheden van art. 1 van de Kostenwet, heeft de Rechtbank met haar oordelen over de voortijdigheid van de aanmaningen en de betekening van de dwangbevelen de grenzen van haar absolute competentie niet miskend. Belanghebbende beschikte voor de betaling van de belastingschuld over voldoende vermogensbestanddelen en hij was bereid andersoortige zekerheden te stellen dan de door de Ontvanger geŽiste. Van vrees dat de belangen van de Staat kunnen worden geschaad, is geen sprake. Er was geen reden hangende belanghebbendes administratief beroep de invordering door te zetten, zodat de Ontvanger belanghebbende toen ten onrechte heeft aangemaand. Belanghebbende is, nadat op het administratief beroep was beslist, niet aangemaand, zodat belanghebbende in het geheel niet rechtsgeldig is aangemaand. Dat betekent dat evenmin rechtsgeldig dwangbevelen konden worden betekend, en dus de daarmee gepaard gaande kosten evenmin rechtsgeldig konden worden berekend.
TijdschriftartikelGerechtshof 's-Hertogenbosch 04-12-2014 (met noot)
R.B.H. Beune
NTFR 2015/597
Belanghebbende is niet rechtsgeldig aangemaand: kosten betekening dwangbevelen zijn ten onrechte in rekening gebracht.
TijdschriftartikelGerechtshof 's-Hertogenbosch 04-12-2014 (met noot)
Redactie
V-N 2015/22.18
Bestuursrechter mag beslissen over rechtmatigheid uitgevaardigde dwangbevelen
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:BA2802 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP2975 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBZWB:2013:CA3823
Gerelateerd ECLI:NL:GHDHA:2015:2060
Gerelateerd ECLI:NL:RBMNE:2015:8439