Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11-09-2015 / 14/00736 en 14/00737


ECLIECLI:NL:GHSHE:2015:3530
Datum11-09-2015
InhoudsindicatieTijdens de beroepsfase heeft belanghebbende verzocht om een vergoeding van de door haar geleden immateriŽle schade. De Rechtbank heeft dit verzoek toegewezen en de schadevergoeding vastgesteld op 1.000. In geschil is hoe lang de redelijke termijn is voor de bezwaarfase en met hoeveel tijd die termijn wordt overschreden. Het Hof is van oordeel dat (i) het tijdsverloop dat is gemoeid met het uitstellen van het hoorgesprek voor rekening van belanghebbende dient te komen en (ii) dat de redelijke termijn moet worden verlengd met het tijdsverloop in verband met de prejudiciŽle beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het tijdsverloop dat is gemoeid met het uitstel van de motivering van het bezwaar en de instemming met aanhouding van de uitspraken op bezwaar komen naar het oordeel van het Hof niet voor rekening van belanghebbende.
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2014:188 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BX6666 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:1461 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BJ8465 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:636 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2016:148
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2016:148