Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 08-09-2016 / 14/00892 en 14/00893


ECLIECLI:NL:GHSHE:2016:4051
Datum08-09-2016
InhoudsindicatieInzake de naheffingsaanslag, vervolg op het arrest van 29 november 2013, ECLI:NL:HR:20113:1365. Het beroep tegen de weigering van de Inspecteur op het bezwaar te beslissen heeft de Rechtbank, naar het oordeel van het Hof terecht, niet ontvankelijk verklaard omdat het onredelijk laat is ingediend. Ter zake van de teruggaafbeschikking rust de bewijslast betreffende het recht op teruggaven van omzetbelasting, nu de Inspecteur dat recht betwist, op belanghebbende. De door belanghebbende overgelegde overzichtslijsten betreffen met haar gelieerde vennootschappen, alsmede de jaren 2003 tot en met 2008 en hebben derhalve geen betrekking hebben op aangelegenheden van belanghebbende noch op de onderhavige jaren. Het overzicht van de gegevens van de aangiften omzetbelasting voor de jaren 2003 tot en met 2008 van met belanghebbende gelieerde vennootschappen geeft geen enkel inzicht in de aard van de gefactureerde kosten en/of de prestaties ter zake waarvan omzetbelasting aan belanghebbende in rekening is gebracht. Belanghebbende heeft met hetgeen zij heeft aangedragen geen bewijs geleverd waaruit de conclusie zou kunnen worden getrokken dat de teruggaafbeschikking ten onrechte op nihil is gesteld. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn geschonden. Vanwege de lange duur van de procedure in eerste aanleg wordt aan belanghebbende een vergoeding van immateriŽle schade toegekend.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2016:252 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5046 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:1365 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2012:BY6682
Gerelateerd ECLI:NL:RBBRE:2011:BU2886