Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-07-2018 / 16/00046 tot en met 16/00049


ECLIECLI:NL:GHSHE:2018:2920
Datum12-07-2018
InhoudsindicatieNavorderingsaanslagen IB/PVV 2009, Zvw 2009, IB/PVV 2010 en Zvw 2010. Het Hof acht aannemelijk dat belanghebbende in de jaren 2009 en 2010 inkomsten uit de handel in hennep heeft genoten ter hoogte van 35.953 respectievelijk 25.365. Naar het oordeel van het Hof had belanghebbende deze inkomsten als resultaat uit overige werkzaamheden aan moeten geven in de aangiften IB/PVV en Zvw voor de jaren 2009 en 2010. Belanghebbende heeft dit verzuimd. Aangezien de hoogte van de navorderingsaanslagen kan worden verklaard met de handel in hennep, behoeft, naar het oordeel van het Hof, de vraag of omkering en verzwaring van de bewijslast al dan niet aan de orde is geen behandeling. Het Hof acht de aan belanghebbende opgelegde vergrijpboeten in beginsel passend en geboden, doch verminderd deze in verband met overschrijding van de redelijke termijn. In verband met overschrijding van de redelijke termijn veroordeelt het Hof de Minister voor rechtsbescherming voorts tot vergoeding van door belanghebbende geleden immateriŽle schade.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2016:252 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BC1962 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1298 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2019:733