Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-05-2019 / 200.212.156_01


ECLIECLI:NL:GHSHE:2019:1996
Datum28-05-2019
InhoudsindicatieExterne bestuurdersaansprakelijkheid. Schuldeiser van een vennootschap stelt dat hij met de (middellijk) bestuurder van de vennootschap heeft afgesproken dat zijn lening zou worden afgelost zodra een derde een gelijk bedrag aan de vennootschap zou hebben uitgeleend. Volgens de schuldeiser is die afspraak niet nagekomen en heeft de bestuurder bewerkstelligd dan wel toegelaten dat de vennootschap niet aan haar verplichting jegens de schuldeiser voldeed en daarvoor ook geen verhaal bood (Ontvanger/Roelofsen). Het hof is, ervan uitgaande dat de afspraak is gemaakt zoals door de schuldeiser gesteld, anders dan de rechtbank tot het oordeel gekomen dat de schuldeiser, op wie de stelplicht en bewijslast rust, onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die tot de conclusie kunnen leiden dat de bestuurder er persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt dat de vennootschap de afspraak niet is nagekomen.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2006:AZ0758 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2000:AA4873 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:275 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2017:3435
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2017:3435