Hoge Raad, 31-01-1919 / 4842


ECLIECLI:NL:HR:1919:AG1776
Datum31-01-1919
Inhoudsindicatie-
Recht.nl artikelHonderd jaar Lindenbaum/Cohen (10-12-2018)
Op 31 januari 2019 is het honderd jaar geleden dat de Hoge Raad het wellicht meest invloedrijke arrest ooit heeft gewezen, althans op het gebied van het privaatrecht. Het arrest Lindenbaum/Cohen is zo uitzonderlijk, dat dit een herdenking waard is.
> Lindenbaum/Cohen: de opmars van de maatschappelijke betamelijkheid (Ewoud Hondius, Arsaequi.nl)
> Meer over Lindenbaum/Cohen >>
Recht.nl artikelCassatieadvocaten aan het woord (31-01-2019)
Acht cassatieadvocaten bespreken een standaardarrest en worden geïnterviewd over hun métier.
> Top 8 cassatieadvocaten (Issuu.com / AvdR.nl)
> Zutphense waterleiding (besproken door Derk Rijpma, Ekelmans & Meijer)
> Het tandartsenarrest (besproken door Evelyn Tjon-En-Fa, Bird & Bird)
> Struikelende broodbezorger (besproken door Philip Fruytier, Houthoff)
> Noenmaal (besproken door Sikke Kingma, Pels Rijcken)
> Quint / Te Poel (besproken door Menno Bruning, Hoge Raad)
> Meppelse ree (besproken door Jerre de Jong, BarentsKrans)
Tijdschriftartikel100 jaar Lindenbaum/Cohen
R.J.B. Schutgens
RM Themis 2019-1, p. 1
Een eeuw geleden, op 31 januari 1919, wees de Hoge Raad zijn beroemde arrest Lindenbaum/Cohen. Onze aansprakelijkheidsrechter geniet sinds Lindenbaum/Cohen een grote beoordelingsruimte. toch moet de rechtsonzekerheid die zulke ‘concrete normstelling achteraf’ creëert, niet overtrokken worden, net zomin als de bijdrage van geschreven rechtsnormen aan de rechtszekerheid moet worden overschat.
TijdschriftartikelDe bestrijding van de oneerlijke mededinging in de eerste decennia van de 20e eeuw: Lindenbaum/ Cohen in historisch-rechtsvergelijkend perspectief
C.J.H. Jansen
RM Themis 2019-1, p. 3
De Utrechtse hoogleraar in het handelsrecht, W.L.P.A. Molengraaff (1858-1931), staat bekend als de eerste Nederlandse bestrijder van de oneerlijke mededinging. Daarbij geeft hij in een artikel uit 1887 een argumentatie, die later in 1919 grotendeels wordt overgenomen door de Hoge Raad in Lindenbaum/Cohen: "‘Hij die anders handelt dan in het maatschappelijk verkeer den eenen mensch tegenover den ander betaamt, anders dan men met het oog op zijn medeburgers behoort te handelen, is verplicht de schade te vergoeden, die derden daardoor lijden." Jansen bespreekt en vergelijkt in dit artikel het mededingingsrechtelijke gedachtengoed van Molengraaf en zijn Duitse tijdgenoten en de invloed die zij hebben gehad.
TijdschriftartikelLindenbaum/Cohen en het bestuursrecht - Over de ondergang van het legisme en de opkomst van de beginselen van behoorlijk bestuur
R.J.N. Schlössels
RM Themis 2019-1, p. 11
In deze bijdrage wordt Lindenbaum/Cohen beschouwd in een bestuursrechtelijk-historische context. Hierbij staat de vraag centraal of, en op welke manier dit arrest van invloed is geweest op de ontwikkeling van het ongeschreven bestuursrecht. Tevens wordt de vraag gesteld in hoeverre het beoordelen van gedragingen en nalaten aan de hand van ongeschreven recht in het civielrechtelijke spoor synchroniseerde met de ontwikkelingen in het bestuursrecht, welk rechtsgebied in 1919 nog werd geduid als ‘administratief recht’. In het tweede gedeelte van dit artikel ligt de nadruk op de vraag hoe de ratio van de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm op basis van diverse (convergerende) ontwikkelingen uiteindelijk ook in het bestuursrecht isingebed.
TijdschriftartikelVooruitgang in het recht
T. Hartlief
RM Themis 2019-1, p. 18
Wij herdenken in 2019 dat 100 jaar geleden bij ons wat tegenwoordig een prachtig staaltje rechtsvorming zou heten het licht zag, het arrest Lindenbaum/Cohen, en staan stil bij de consequenties van deze beslissing voor recht en samenleving. Heeft het gebracht wat destijds, misschien in iets andere woorden maar toch, in eerste juichende commentaren werd aangekondigd? Is vooruitgang ons ten deel gevallen?
TijdschriftartikelVan zorgvuldigheid naar zorgplicht: een eeuw maatschappelijke zorgvuldigheid
T.F.E. Tjong Tjin Tai
RM Themis 2019-1, p. 26
Honderd jaar geleden vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof in het door Lindenbaum ingestelde cassatieberoep. De uitspraak werd door Molengraaff begroet met de woorden: ‘Er is door ons hoogste rechtscollege zelden een arrest gewezen, waarvan zoo heilzame invloed op ons rechtsleven mag worden verwacht.’ Een eeuwfeest is een mooie gelegenheid om te zien of deze voorspelling is uitgekomen. Wat is er met de zorgvuldigheid gebeurd in de afgelopen honderd jaar? Ik zal met enkele grove penseelstreken de ontwikkelingen schetsen, waarbij ik voornamelijk enkele tendensen wil aangeven.
TijdschriftartikelAansprakelijkheid voor zaken en opstallen: van risicoaansprakelijkheid naar een ‘gewone’toetsing aan de onrechtmatige daad, of toch niet?
F.T. Oldenhuis, J.W. Hoekzema
RM Themis 2019-1, p. 33
De uitspraak in Lindebaum/Cohen heeft de weg vrijgemaakt voor een aanzienlijke uitbreiding van het aansprakelijkheidsrecht. Inmiddels laat de rechtspraak zien dat kwalitatieve aansprakelijkheden en de aansprakelijkheid uit eigen onrechtmatige daad in belangrijke mate op parallelle wijze worden ingevuld. In deze bijdrage beperken auteurs zich tot de kwalitatieve aansprakelijkheid voor zaken en opstallen (artikel 6:173 en 174 BW).
TijdschriftartikelZorgplichten volgens de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens: van Lindenbaum/Cohen via Kelderluik en Öneryildiz naar Urgenda?
T. Barkhuysen, M.L. van Emmerik
RM Themis 2019-1, p. 43
De zogenoemde ‘positieve verplichtingen’ die het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) sinds ruim twintig jaar in leest in diverse (klassieke) grondrechten uit het EVRM raken steeds verder uitgekristalliseerd. Ten aanzien van de nodige EVRM-rechten, zoals het recht op leven (artikel 2 EVRM) en het recht op privéleven (artikel 8 EVRM) mag de burger inmiddels van zijn eigen overheid een actief optreden verlangen ter bescherming van het belang dat dat grondrecht waarborgt. Dergelijke positieve verplichtingen zijn vanzelfsprekend niet onbegrensd; zij gelden eenvoudig gezegd binnen de grenzen van het redelijke. Er zijn de nodige arresten waarin het EHRM een afwegingskader geeft voor het bepalen van de precieze omvang van dergelijke zorgplichten. In deze bijdrage gaan auteurs op zoek naar de eventuele verwantschap tussen de zorgplichten en de door de Hoge Raad de afgelopen eeuw (sinds Lindenbaum/Cohen) ontwikkelde (ongeschreven) zorgvuldigheidsnormen. Ofwel: via Kelderluik, Öneryilidiz naar Urgenda.