Hoge Raad, 04-09-2015 / 14/01834


ECLIECLI:NL:HR:2015:2463
Datum04-09-2015
InhoudsindicatieVordering tot ontruiming strook grond. Verkrijging door verjaring rechtsvordering tot beŽindiging bezit, art. 3:105 BW. Interversieverbod, art. 3:111 BW. Aanvang verjaringstermijn, art. 3:314 lid 2 BW.
Recht.nl artikelExtinctieve verjaring en interversieverbod (17-09-2015)
In de onderstaande zaak over een stuk grond komt de toepasselijkheid van het interversieverbod aan de orde. Hierbij lijkt de Hoge Raad een categorie van (rechtens relevante) uitoefening van feitelijke macht over een goed te introducerenó'niet ondubbelzinnig bezit'ódie geen grondslag vindt in het systeem van de wet. Daarin zijn immers slechts twee 'smaken' te onderscheiden: men houdt een goed voor zichzelf, of men houdt een goed voor een ander. Een tussencategorie van 'niet ondubbelzinnig bezit', niet zijnde houderschap, laat zich in dat systeem minder goed inpassen.
> Extinctieve verjaring en interversieverbod (Mirella Peletier, Cassatieblog.nl)
> Rechtsvordering tot beŽindiging bezit verjaard en geen sprake van interversieverbod (Via Juridica)
Recht.nl artikelVerjaring bij grondzaken sneller aangenomen na recent arrest Hoge Raad (03-11-2015)
Bezit van grond is vereist om een verjaringstermijn te starten, te voltooien en eigenaar van die grond te kunnen worden. Na voltooiing van de toepasselijke verjaringstermijn kan de rechthebbende immers niet meer met succes ontruiming vorderen. Als bezit niet kan worden aangenomen, dan is er hoogstens sprake van houderschap en speelt verjaring geen rol. Deze uitgangspunten staan op losse schroeven na een recent arrest van de Hoge Raad.
> Verjaring bij grondzaken sneller aangenomen na recent arrest Hoge Raad (Thijs Liebregts, Sleutels Advocaten)
> Extinctieve verjaring en interversieverbod (Mirella Peletier, Cassatieblog.nl)
> Een nieuw rechtsbegrip: ďdubbelzinnig bezitĒ bij verkrijging door verjaring (Frank Wagener, Schenkeveld Advocaten)
Recht.nl artikelInbezitneming van beperkte zakelijke genotsrechten (14-09-2018)
Het leerstuk van de verkrijgende en bevrijdende verjaring is vaak aanleiding voor een intensief juridisch debat. Onbesproken blijft veelal de basisvraag welke goederen in aanmerking komen voor verkrijging door middel van verjaring. Onderstaande bijdrage behandelt de mogelijkheden van extinctieve verjaring door inbezitneming van het recht van erfdienstbaarheid, het recht van opstal en het recht van erfpacht.
> Inbezitneming van beperkte zakelijke genotsrechten (Lidewij van Egteren, NautaDutilh.com)
TijdschriftartikelHoge Raad 04-09-2015
NJB 2015/1595
Bezit. Ondubbelzinnig. Interversieverbod. Op 24 juni 1994 verkrijgt B de eigendom van een reeds door hem bewoond perceel. Reeds voordien is een achter het perceel gelegen strook grond bij de achtertuin van het perceel getrokken. HR: Het hof heeft niet geoordeeld dat de feitelijke macht die B vůůr 24 juni 1994 over de strook grond uitoefende, berustte op houderschap. Het heeft slechts geoordeeld dat tot dat tijdstip geen sprake was van ondubbelzinnig bezit door B. In verband daarmee heeft het hof kunnen oordelen dat het interversieverbod van art. 3:111 BW niet in de weg staat aan het aanvaarden van bezit van B van de strook grond met ingang van 24 juni 1994.
TijdschriftartikelHoge Raad 04-09-2015
RvdW 2015/939
Verkrijging strook grond door verjaring rechtsvordering tot beŽindiging bezit; art. 3:105, 3:306 en 3:314 lid 2 BW; vereiste van ondubbelzinnig bezit; interversieverbod van art. 3:111 BW.
TijdschriftartikelVerjaring bij grondzaken sneller aangenomen na recent arrest Hoge Raad
VGR 2015, 5, p. 136
Bezit van grond is vereist om een verjaringstermijn te starten,te voltooien en eigenaar van die grond te kunnen worden. Na voltooiing van de toepasselijke verjaringstermijn kan de rechthebbende immers niet meer met succes ontruiming vorderen. Als bezit niet kan worden aangenomen dan is er hoogstens sprake van houderschap en speelt verjaring geen rol. Deze uitgangspunten staan op losse schroeven na een recent arrest van de Hoge Raad. In dit arrest werd verkrijging van een strook grond door bevrijdende verjaring aangenomen, waarbij het interversieverbod buiten beschouwing werd gelaten en de verjaringstermijn werd voltooid na minder dan 20 jaar bezit. Enkele belangrijke aspecten van dit arrest vragen om een bespreking.
TijdschriftartikelHoge Raad 04-09-2015 (met noot)
F. Sepmeijer
JIN 2015/205
Extinctieve verjaring, Interversieverbod
TijdschriftartikelHoge Raad 04-09-2015 (met noot)
H.W. Heyman
JOR 2015/352
Verkrijgende verjaring van strook grond, Ondubbelzinnig bezit, Interversieverbod ex art. 3:111 BW, Verjaringstermijn ex art. 3:314 lid 2 BW, Voor beantwoording van vraag of verjaring van rechtsvordering tot beŽindiging van onrechtmatig bezit is voltooid, mag rekening worden gehouden met voordien bestaande onrechtmatige toestand waarvan bezit de voortzetting vormt
TijdschriftartikelHoge Raad 04-09-2015 (met noot)
K. Meijering, I.L.M.W. Theunisse
BR 2016/23
Verkrijging door verjaring, (dubbelzinnig) bezit en houderschap, interversieverbod
TijdschriftartikelWat gebeurt er als een erfpachter een belendend stuk grond in gebruik neemt? Vervolg
A.J.H. Pleysier
JBN 2016/20
Door een ingenieuze redenering van de Hoge Raad wordt het verbod op bezitsinterversie omzeild. Voor beantwoording van de vraag of de verjaring is voltooid, mag/moet rekening worden gehouden met een voordien bestaande onrechtmatige toestand waarvan het bezit een voortzetting vormt.
TijdschriftartikelHoge Raad 04-09-2015 (met noot)
H.J. Snijders
NJ 2016/309
Verkrijging strook grond door verjaring rechtsvordering tot beŽindiging bezit; art. 3:105, 3:306 en 3:314 lid 2 BW; vereiste van ondubbelzinnig bezit; interversieverbod van art. 3:111 BW.
TijdschriftartikelOverpeinzingen over een onrechtmatige toestand
P.C. van Es
WPNR 2018, afl. 7206, p. 665
Art. 3:314 lid 2 BW bepaalt dat Ďde termijn van verjaring van een rechtsvordering strekkende tot beŽindiging van het bezit van een niet-rechthebbende begint met de aanvang van de dag, volgende op die waarop een niet-rechthebbende bezitter is geworden of de onmiddellijke opheffing gevorderd kon worden van de toestand waarvan diens bezit de voortzetting vormtí. In dit artikel worden eerst twee arresten over dit onderwerp kort besproken: Hoge Raad 4 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2463 (Gemeente Arnhem/Westendorp, en het aan die uistpraak van de Hoge ten grondslag liggende arrest van HR 1 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY6754. Daarna wordt een aantal kritische kanttekeningen geplaatst bij het arrest uit 2015. Vervolgens wordt dieper ingegaan op de precieze inhoud en de wenselijkheid van de bepaling van art. 3:314 BW. Er wordt gepleit voor een enge interpretatie van het begrip Ďonrechtmatige toestandí in art. 3:314 BW.
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2013:9845 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:505
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:412
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2017:599
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2016:532
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2016:198
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2016:5202
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2016:4680
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2016:4679
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2016:4678
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2016:4677
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2016:4676