Hoge Raad, 29-09-2015 / 13/04497


ECLIECLI:NL:HR:2015:2842
Datum29-09-2015
InhoudsindicatieOM-cassatie.1. Verjaring. 2. Motivering vrijspraak. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BK1998. In geval van verandering van wetgeving m.b.t. de verjaring geldt naar hedendaagse rechtsopvatting in strafzaken als uitgangspunt dat deze verandering direct van toepassing is, met dien verstande dat een reeds voltooide verjaring wordt geŽerbiedigd. Dit uitgangspunt geldt ook voor verlenging van lopende verjaringstermijnen. Dit is niet anders indien de verlening van de verjaringstermijn een uitvloeisel is van de invoering van een strafverzwarende omstandigheid als de onderhavige, te weten de in art. 11.5 Opiumwet voorziene strafverhoging ingeval de daar genoemde gedraging betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het daar bedoelde middel. Het Hof heeft daarom ten onrechte toepassing gegeven aan art. 70 Sr zoals dat gold vůůr de wetswijziging van 2006. Ad 2. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AO5061. Het daarin overwogene geldt ook indien de rechter in zijn uitspraak een toetsingskader heeft geformuleerd met het oog op de beoordeling van de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen dan wel afwijkt van toetsingskaders die daartoe in andere uitspraken zijn geformuleerd. Dat stond het Hof ook i.c. vrij. De opvatting dat uit de wettelijke en jurisprudentiŽle regels inzake het bewijsrecht in strafzaken een algemeen, in alle strafzaken geldend toetsingskader voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen kan worden afgeleid, welk toetsingskader als rechtsregel kan en behoort te worden toegepast is onjuist. Ondanks slagend eerste middel volgt toch verwerping van het beroep, nu de vrijspraak in stand blijft en de schriftuur niets behelst waaruit zou kunnen worden afgeleid dat voor de ten onrechte verjaard verklaarde gedragingen wel voldoende bewijsmateriaal voorhanden is.
Recht.nl artikelHet toetsen van de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen en de bewijsconstructie: wat vermag de†rechter? (14-12-2016)
Dit arrest laat zien dat argumenten voor of tegen (on)betrouwbaarheid van getuigenverklaringen alle kanten op kunnen schieten. De rechter staat dan voor de moeilijke taak om zonder duidelijke kaders een keuze te maken uit die argumenten, ťn te bedenken wat die keuze betekent voor zijn eindoordeel. Kan de Hoge Raad hem daarbij niet meer richting geven?
> Het toetsen van de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen en de bewijsconstructie: wat vermag de†rechter? (Lonneke Stevens, VU)
TijdschriftartikelHoge Raad 29-09-2015
NJB 2015/1799
Vervolgingsverjaring, art. 72 Sr: bij verandering van wetgeving aangaande de verjaring geldt in strafzaken als uitgangspunt dat deze verandering direct van toepassing is, met dien verstande dat een reeds voltooide verjaring wordt geŽerbiedigd (HR 29 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK1998, NJ 2010/231). Dit uitgangspunt geldt ook voor verlenging van lopende verjaringstermijnen. Dit is niet anders indien de verlenging van de verjaringstermijn een uitvloeisel is van de invoering van een strafverzwarende omstandigheid (in casu de in art. 11 lid 5 Opw voorziene strafverhoging). In casu door hof derhalve onrecht toepassing gegeven aan art. 70 Sr. Toetsing vrijspraak in cassatie: de selectie en waardering van het bewijsmateriaal kunnen in cassatie niet met vrucht worden bestreden. Dat geldt ook indien de feitenrechter op grond van die aan hem voorbehouden selectie en waardering tot vrijspraak komt. Het geldt evenzeer indien de rechter in zijn uitspraak een toetsingskader heeft geformuleerd ter beoordeling van de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen dan wel afwijkt van toetsingskaders die daartoe in andere uitspraken zijn geformuleerd. Dat staat de feitenrechter vrij. Toetsingskader beoordeling betrouwbaarheid getuigenverklaringen: onjuist is de opvatting dat uit de wettelijke en jurisprudentiŽle regels inzake het bewijsrecht in strafzaken een algemeen, in alle strafzaken geldend toetsingskader voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen kan worden afgeleid, welk toetsingskader als rechtsregel kan en behoort te worden toegepast.
TijdschriftartikelHoge Raad 29-09-2015 (met noot)
Redactie
NJ 2015/418
OM-cassatie. Verjaring. Motivering vrijspraak.
TijdschriftartikelHoge Raad 29-09-2015
RvdW 2015/1058
OM-cassatie. Verjaring. Motivering vrijspraak.
TijdschriftartikelHoge Raad 29-09-2015
E&R 2015-6, p. 236
OM-cassatie
TijdschriftartikelHoge Raad 29-09-2015
NBSTRAF 2015/253
Verandering van wetgeving, Verjaring, Betrouwbaarheid getuigenverklaringen.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2004:AO5061 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BK1998 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:1594
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:2769 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:1600
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:2854
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2016:299
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2016:221
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:2599
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:2323
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:1780
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:1617
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:1616
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:1615
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:1599
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:1598
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:1597
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:1596
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:1595
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:1594
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:2853
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:2852
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:2851
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:2850
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:2849
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:2848
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:2847
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:2846
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:869
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:868