Hoge Raad, 13-10-2015 / 14/01889


ECLIECLI:NL:HR:2015:3024
Datum13-10-2015
InhoudsindicatieKopschopperzaak Eindhoven. OM-cassatie. Jeugdzaak. Rekening houden met (nadelige) media-aandacht voor (minderjarige) verdachte bij strafoplegging. 8 EVRM en 359a Sv. De HR geeft onder verwijzing naar de in de CAG aangehaalde EHRM-jurisprudentie een opsomming van de van belang zijnde factoren voor de beantwoording van de vraag of in gevallen als i.c. sprake is van inbreuk op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en of deze inbreuk gerechtvaardigd is. Het Hof heeft de toetsing aan art. 8 EVRM geplaatst in de sleutel van de beginselen van een behoorlijke procesorde, zoals een redelijke en billijke belangenafweging en overwogen dat een geconstateerde schending van deze bepaling een zelfstandig verzuim oplevert, voor de beoordeling van de rechtsgevolgen waarvan het Hof aansluiting heeft gezocht bij de factoren genoemd in art. 359a.2 Sv. Aantekening verdient dat in gevallen als i.c., waarin het gaat om privacy-gerelateerd beeldmateriaal dat vanwege het OM wordt openbaar gemaakt, voor de beoordeling van (de gerechtvaardigdheid van) de inbreuk op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van verdachte op wie het beeldmateriaal betrekking heeft, een zelfstandige of afzonderlijke toets a.d.h.v. beginselen van een behoorlijke procesorde of a.d.h.v. de factoren van art. 359a.2 Sv niet nodig is. De hiervoor genoemde, niet limitatief opgesomde, factoren, waarin ook eisen van proportionaliteit en subsidiariteit een plaats hebben, bieden een toereikend autonoom beoordelingskader. Voorop staat dat het het Hof in beginsel vrij staat bij het bepalen van de straf rekening te houden met nadeel dat door media-aandacht voor verdachte is veroorzaakt, ook indien dit niet aan het toedoen van het OM is te wijten of indien dit niet als een schending van art. 8 EVRM kan worden aangemerkt. Deze factoren kunnen wel van belang zijn voor het bepalen van de ernst van het nadeel en mate waarin met die nadelige gevolgen bij de strafoplegging rekening wordt gehouden. Dat betekent overigens niet dat verdachte indien hij te lijden heeft gekregen van indringende media-aandacht omtrent zijn strafzaak, recht heeft op matiging van de hem op te leggen straf. In cassatie kan de motivering van de strafoplegging slechts op zijn begrijpelijkheid worden onderzocht. Het Hof heeft vastgesteld hetgeen in cassatie ook niet bestreden is dat de uitzending van de beelden en de daardoor veroorzaakte media-aandacht en o.m. op internet ontketende hetze ernstige nadelige gevolgen voor minderjarige verdachte en zijn omgeving hebben gehad en hebben geleid tot een inbreuk op het recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer. Met die gevolgen heeft het Hof bij de strafoplegging ten gunste van verdachte rekening kunnen en mogen houden. s Hofs motivering van de strafoplegging is i.c. niet onbegrijpelijk.
Recht.nl artikelOM mag camerabeelden uitzenden voor opsporing (13-10-2015)
Het OM mag opnamen van publieke geweldsincidenten uitzenden op tv om daarmee verdachten op te sporen. Het OM maakt zich daarmee niet per definitie schuldig aan een ontoelaatbare inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachten, aldus de Hoge Raad. Als het OM voor een lichter opsporingsmiddel kan kiezen, heeft dit mogelijk gevolgen voor de op te leggen straf. Dat wil echter niet zeggen dat een verdachte in zo'n geval automatisch recht heeft op een matiging van de straf.
> OM mag camerabeelden uitzenden voor opsporing (NRC)
> OM mag opnamen van geweldsincidenten tonen om daders te vinden (ItenRecht.nl)
> Media-aandacht, strafrechtelijke aansprakelijkheid en artikel 8 EVRM (Ferry de Jong, Universiteit Utrecht)
TijdschriftartikelHoge Raad 13-10-2015
NJB 2015/1914
Strafvermindering vanwege ernstige schending persoonlijke levenssfeer verdachte art. 8 EVRM door tonen camerabeelden in televisieprogramma, overtreden zorgvuldigheidsregels daarbij door Openbaar Ministerie en de media-aandacht en de gevolgen daarvan: Hoge Raad zet maatstaven uiteen en oordeelt dat de strafvermindering niet onbegrijpelijk is, in het bijzonder nu minder verstrekkende alternatieven aan het Openbaar Ministerie ter beschikking stonden (subsidiariteitsbeginsel). Hoge Raad merkt op dat een zelfstandige of afzonderlijke toets aan de hand van beginselen van een behoorlijke procesorde of aan de hand van de factoren van art. 359a lid 2 Sv niet nodig is bij inbreuken als i.c. op art. 8 EVRM. Indien een verdachte te lijden heeft gekregen van indringende media-aandacht omtrent zijn strafzaak, staat het de feitenrechter i.b. vrij daarmee rekening te houden bij het bepalen van de straf, maar een verdachte heeft geen recht op matiging van de hem op te leggen straf op die grond.
TijdschriftartikelHoge Raad 13-10-2015
RvdW 2015/1138
Kopschopperzaak Eindhoven: uitzending beelden misdrijf ernstige inbreuk op privacy verdachte.
TijdschriftartikelHoge Raad 13-10-2015 (met noot)
M.L.C.C. de Bruijn-Lückers
JIN 2015/231
Kopschopperszaak
TijdschriftartikelHoge Raad 13-10-2015
NBSTRAF 2015/266
Inbreuk persoonlijke levenssfeer, Openbaarmaking beeldmateriaal, Beoordelingskader.
TijdschriftartikelHoge Raad 13-10-2015
IR 2016/145
Privacy, op internet ontketende hetze, subsidiariteit, stills, bewegende beelden, media-aandacht, bekendmaken identiteit verdachte
TijdschriftartikelHoge Raad 13-10-2015
JBP 2015/126
Strafzaak, Kopschopperzaak Eindhoven, Uitzending camerabeelden, Strafvermindering, Subsidiariteit
TijdschriftartikelHoge Raad 13-10-2015 (met noot)
B.E.P. Myjer
NJ 2016/111
Kopschopperzaak Eindhoven: uitzending beelden misdrijf ernstige inbreuk op privacy verdachte.
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2013:5955 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:1198
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2013:5955 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:242
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:140
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2016:571
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:1198
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:504
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:1531
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:142
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2016:1286
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2016:570
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2015:9778
Gerelateerd ECLI:NL:RBNHO:2017:5175
Gerelateerd ECLI:NL:RBAMS:2017:8564
Gerelateerd ECLI:NL:RBAMS:2016:2384
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2016:4202
Gerelateerd ECLI:NL:RBZWB:2015:7702
Gerelateerd ECLI:NL:RBROT:2015:9102
Gerelateerd ECLI:NL:RBROT:2015:9101
Gerelateerd ECLI:NL:RBAMS:2015:8799