Hoge Raad, 09-01-2015 / 13/05569


ECLIECLI:NL:HR:2015:39
Datum09-01-2015
InhoudsindicatieArbeidsrecht. Ketenregeling; art. 7:668a BW. Vierde, opvolgende arbeidsovereenkomst gesloten voor bepaalde dan wel onbepaalde tijd? Betekenis van samenhangende vaststellingsovereenkomst waarin beŽindiging van de arbeidsovereenkomst is overeengekomen. Art. 7:902 BW. Vaststelling in strijd met dwingend recht indien deze strekt ter beŽindiging van bestaand geschil en niet ter voorkoming daarvan.
Recht.nl artikelBeŽindigingovereenkomst mag niet gebruikt worden als sluiproute naar oneindig flexwerken (12-01-2015)
Een werknemer kreeg een vierde contract voor onbepaalde tijde aangeboden. Hij moest evenwel eerst een beŽindigingovereenkomst tekenen. De Hoge Raad stelt dat weliswaar een vaststellingsovereenkomst kan worden gesloten ter voorkoming van een geschil, maar artikel 7:902 BW brengt mee dat de vaststelling alleen dan in strijd mag komen met dwingend recht indien deze strekt ter beŽindiging van eenóreeds bestaandógeschil (en dus niet strekt ter voorkoming daarvan).
> Ketenregeling kan niet worden omzeild door op voorhand vaststellingsovereenkomst te sluiten (Karlijn Teuben, Cassatieblog.nl)
> Doorbreking ketenregeling met vaststellingsovereenkomst? (Laura Kiebert, Van Benthem & Keulen)
> Omzeilen ketenregeling via vaststellingsovereenkomst niet mogelijk (Mattia Savenije, Van Diepen Van der Kroef)
> Het omzeilen van de ketenregeling met een vaststellingsovereenkomst: the story continues (Annemarieke van Vlodrop, Bird&Bird)
> Zie ook: Omzeiling wettelijke ketenregeling inzake verlenging arbeidsovereenkomsten? (Recht.nl Nieuws, 27/08/2013)
> 'Oprekken' keten van drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd verboden door Hoge Raad (Buby den Heeten, Dirkzwager)
> Arbeidscontract met gelijktijdige beeindigingsovereenkomst is tijdelijk contract (Wikke Kootstra, Wieringa Advocaten)
> Driemaal is scheepsrecht (Tjeerd Hoekstra, CMS)
> Hoge Raad verbiedt omzeiling van ketenregeling via vaststellingsovereenkomst (Erik Lichtenveldt, ThŲenes Van der Hoeff & Lichtenveldt)
> Hoge Raad handhaaft ketenregeling! (Emile Cornel, KienhuisHoving)
> Contracteren in strijd met dwingend recht (Bart Sturm, Wille Donker)
TijdschriftartikelHoge Raad 09-01-2015
NJB 2015/155
Arbeidsovereenkomst. Ketenregeling. Na drie opeenvolgende arbeidsovereenkomsten met telkens een duur van ťťn jaar komen partijen in een bijlage bij de vierde arbeidsovereenkomst overeen dat zij die bij wijze van vaststellingsovereenkomst op een bepaalde toekomstige datum beŽindigen met wederzijds goedvinden. Het hof acht deze constructie rechtsgeldig. HR: 1. Uitleg arbeidsovereenkomst. Het hof heeft miskend dat bij de beantwoording van de vraag of partijen een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd dan wel onbepaalde tijd zijn overeengekomen, niet alleen acht dient te worden geslagen op de tekst van de arbeidsovereenkomst. 2. Vaststellingsovereenkomst. Het hof heeft miskend dat de vaststelling van een vaststellingsovereenkomst alleen dan in strijd mag komen met dwingend recht indien deze strekt ter beŽindiging van een Ė reeds bestaand Ė geschil.
TijdschriftartikelHoge Raad 09-01-2015
RvdW 2015/139
Arbeidsovereenkomst; art. 7:668a BW; vierde, opvolgende arbeidsovereenkomst gesloten voor bepaalde of onbepaalde tijd?; uitleg; oogmerk partijen; alle omstandigheden van het geval; betekenis samenhangende vaststellingsovereenkomst waarin beŽindiging arbeidsovereenkomst is overeengekomen. Vaststellingsovereenkomst; art. 7:902 BW; vaststelling (beslissing) geldig ondanks strijd dwingend recht?
TijdschriftartikelHoge Raad 09-01-2015 (met noot)
P. Maarsen
RvM 2015, 2, p. 13
Hoge Raad straft sluiproute ketenbepaling af
TijdschriftartikelDoorbreking ketenregeling met vaststellingsovereenkomst?
W. Hafkamp-van der Zwaard
JutD 2015/30
De uitspraak van het Hof 's Hertogenbosch van 30 juli 2013 leek voor werkgevers de deur te openen om in een keten van arbeidsovereenkomsten een vierde arbeidsovereenkomst af te sluiten waarbij als bijlage bij de vierde arbeidsovereenkomst een vaststellingsovereenkomst is gevoegd waarbij aanvullende afspraken zijn gemaakt over de duur en de beŽindiging van die arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden. De belangrijkste overweging van het hof om dit toe te staan was dat - voor zover er al sprake zou zijn van strijd met artikel 7:668a BW - de beŽindigingovereenkomst geldig was omdat deze moet worden aangemerkt als een vaststellingsovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 7:900 ev BW, welke ook geldig is als zij in strijd mocht blijken te zijn met dwingend recht. Op dit arrest van het hof ontstond de nodige kritiek. Op deze manier zouden werkgevers wel heel makkelijk onder de werking van artikel 7:668a BW kunnen uitkomen en daarmee niet snel een contract voor onbepaalde tijd ontstaan. De Hoge Raad heeft op 9 januari 2015 deze deur volledig dichtgeslagen.
TijdschriftartikelHoge Raad 09-01-2015 (met noot)
A. van Zanten-Baris
JAR 2015/36
Vierde opeenvolgende arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangegaan onder gelijktijdig gesloten beŽindigingsovereenkomst, Arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd, Doorbreekt ďvaststellingsovereenkomstĒ de ketenregeling
TijdschriftartikelHoge Raad 09-01-2015
Prg. 2015/55
Arbeidsovereenkomstenrecht. Verbintenissenrecht. Kan einddatum arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op voorhand worden bepaald met een vaststellingsovereenkomst ter beŽindiging van het dienstverband? Neen. Vaststellingsovereenkomst mag alleen in strijd komen met dwingend recht, indien deze strekt tot beŽindiging van bestaand geschil en dus niet strekt tot voorkoming daarvan.
TijdschriftartikelHoge Raad 09-01-2015 (met noot)
M.C. van Koppen
JIN 2015/25
Bepaalde tijd, Vaststellingsovereenkomst, Dwingend recht, Voorkomen van een geschil, Ketenregeling
TijdschriftartikelHoge Raad 09-01-2015 (met noot)
E. Loesberg
JOR 2015/89
Arbeidsrecht, Ketenregeling ex art. 7:668a BW, Vierde, opvolgende arbeidsovereenkomst, voor bepaalde of onbepaalde tijd, Betekenis van samenhangende vaststellingsovereenkomst waarin beŽindiging van arbeidsovereenkomst is overeengekomen, Vaststellingsovereenkomst ter voorkoming van geschil mag niet in strijd komen met dwingend recht
TijdschriftartikelHoge Raad 09-01-2015 (met noot)
J.J.M. de Laat
TRA 2015/39
De vierde overeenkomst voor bepaalde tijd en de vaststellingsovereenkomst
TijdschriftartikelHoge Raad 09-01-2015 (met noot)
G.J.J. Heerma van Voss
NJ 2015/156
Arbeidsovereenkomst; art. 7:668a BW; vierde, opvolgende arbeidsovereenkomst gesloten voor bepaalde of onbepaalde tijd?; uitleg; oogmerk partijen; alle omstandigheden van het geval; betekenis samenhangende vaststellingsovereenkomst waarin beŽindiging arbeidsovereenkomst is overeengekomen.
TijdschriftartikelHoge Raad 09-01-2015
TAP 2015, sign. 96
Ketenregeling 7:668a BW. Vaststellingsovereenkomst met bepaling dat gelijktijdig overeengekomen vierde arbeidsovereenkomst in reeks op korte termijn zal eindigen, leidt tot een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Vaststelling ter voorkoming van toekomstig geschil mag niet in strijd zijn met dwingend recht
TijdschriftartikelHet bepaalde onbepaaldetijdscontract en de vaststellingsovereenkomst in strijd met dwingend recht
A.R. Houweling
ArA 2015, 1, p. 80
In de zaak Coenraad/Heesen Yachts Builders staat een bekend dilemma centraal. De werkgever (in casu Heesen Yachts Builders) heeft reeds tweemaal de tijdelijke arbeidsovereenkomst met zijn werknemer (in casu Coenraad) verlengd en is op zich bereid de werknemer opnieuw een arbeidsovereenkomst aan te bieden, maar niet voor onbepaalde tijd. Een derde verlenging (het vierde contract) sorteert evenwel juist dit Ė door werkgever ongewenste Ė effect. Artikel 7:668a van het Burgerlijk Wetboek (BW) biedt hiervoor een oplossing. Werkgever en werknemer kunnen de keten van artikel 7:668a BW voor meer dan drie maanden onderbreken, waarna zij opnieuw op basis van tijdelijke arbeidsovereenkomsten met elkaar kunnen contracteren. De Hoge Raad staat een dergelijk gebruik van deze wettelijke doorbrekingsgrond toe. Evident nadeel van deze constructie is dat partijen voor ten minste drie maanden uit elkaar moeten, hetgeen veelal door werkgever noch werknemer wenselijk wordt geacht. In de onderhavige zaak werd Ė wellicht mede daarom Ė voor een andere constructie gekozen. In samenhang met het aangaan van de vierde arbeidsovereenkomst (en dus voor onbepaalde tijd), sluiten partijen een aanvullende overeenkomst in de vorm van een vaststellingsovereenkomst waarin is bepaald dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden zal eindigen per 1 januari 2012 (in casu iets korter dan een jaar later). De centrale vraag die de Hoge Raad moest beantwoorden was of een dergelijke constructie rechtens toelaatbaar is. Deze vraag heeft de Hoge Raad in hoofdzaak negatief beantwoord.
In dit artikel schets auteur allereerst de feiten van de zaak en het procesverloop, waarbij veel aandacht wordt besteed aan met name het arrest van het Hof Den Bosch en de conclusie van de advocaat-generaal (A-G). Zowel het hof als de A-G gaat op relevante vraagstukken in, waar de Hoge Raad uiteindelijk niet (meer) aan toekomt. In het commentaar zal in het bijzonder aandacht worden besteed aan de (on)mogelijkheden om bij een vaststellingsovereenkomst in strijd met het dwingende (arbeids)recht te handelen, en aan het fenomeen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met maximale duur. Tevens zullen andere vormen van Ďcreatief gebruikí van tijdelijke contacten worden besproken en beoordeeld. Ten slotte wordt gereflecteerd op mogelijke implicaties van dit arrest voor andere arbeidsrechtelijke onderwerpen, waaronder de Ďbedenktermijní in de Wet werk en zekerheid (Wwz).
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2013:3442 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2014:1869
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:19 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2013:3442 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:337
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:383
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:930
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2016:987
Gerelateerd ECLI:NL:GHDHA:2015:512
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2014:1869
Gerelateerd ECLI:NL:RBNHO:2018:848
Gerelateerd ECLI:NL:RBROT:2016:7942
Gerelateerd ECLI:NL:RBNHO:2016:2001
Gerelateerd ECLI:NL:RBMNE:2015:1260