Hoge Raad, 01-11-2016 / 16/00207


ECLIECLI:NL:HR:2016:2454
Datum01-11-2016
InhoudsindicatieOM-cassatie. Dynamische verkeerscontrole. Controlebevoegdheden WVW 1994 aangewend t.b.v. opsporingsactiviteiten: détournement de pouvoir? Art. 160, lid 1 en 4, WVW 1994. Hof heeft verdachte vrijgesproken van het opzettelijk vervoeren en aanwezig hebben van hennep op de grond dat de vondst van de verdovende middelen in verdachtes auto van het bewijs moet worden uitgesloten, aangezien de politie haar controlebevoegdheden van de WVW 1994 uitsluitend heeft aangewend t.b.v. opsporingsactiviteiten. Het uitoefenen van controlebevoegdheden a.b.i. art. 160, lid 1 en 4, WVW 1994 dient verband te houden met de naleving van de bij of krachtens de WVW 1994 gegeven voorschriften (vgl. NJ 1958/351). Zolang een dergelijke controlebevoegdheid, uitgevoerd door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, mede is uitgeoefend ter controle van de naleving van de bij of krachtens de WVW 1994 vastgestelde voorschriften, is die uitoefening in beginsel rechtmatig. De omstandigheid dat die bevoegdheid daarnaast het verrichten van opsporingshandelingen mogelijk maakt, brengt niet mee dat de controlebevoegdheid uitsluitend is gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is verleend. Het bestaan van een redelijk vermoeden dat iemand zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit staat niet in de weg aan het uitoefenen van deze controlebevoegdheden door opsporingsambtenaren, mits bij aanwending van die bevoegdheden tegenover een verdachte de aan deze als zodanig toekomende waarborgen in acht worden genomen (vgl. ECLI:NL:HR:2006:AY9670). Gelet hierop is s Hofs oordeel dat de controlebevoegdheden uitsluitend zijn aangewend t.b.v. opsporingsactiviteiten, hetgeen détournement de pouvoir oplevert, niet begrijpelijk. Opmerking verdient dat art. 160, lid 1 en 4, WVW 1994 geen aanwijzingen bevatten omtrent de selectie van de bestuurders t.a.v. wie de in die bepalingen genoemde bevoegdheden kunnen worden uitgeoefend. Indien de rechter tot de bevinding komt dat bij die selectie een niet gerechtvaardigd onderscheid is gemaakt, zal hij moeten bepalen welk rechtsgevolg in de gegeven omstandigheden moet worden verbonden aan de onrechtmatigheid van de uitoefening van de controlebevoegdheid, rekening houdend met factoren als de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Gelet op de betekenis die is toegekend aan omstandigheden, als het (dure) type auto, de wijk waarin de auto reed en de firma die als kentekenhouder van de auto stond geregistreerd, is daarvan i.c. niet gebleken.
Recht.nl artikelBij verkeerscontrole mogen etnische of religieuze kenmerken mede een rol spelen (01-11-2016)
Bij een dynamische verkeerscontrole worden specifieke auto's van de weg gehaald en gecontroleerd. Dat gebeurt op grond van bepaalde risicokenmerken. In deze zaak werd een auto aan de kant gezet op basis van verschillende indicatoren, waaronder de combinatie van een Oost-Europeaan en een Hindoestaan/Surinamer als inzittenden. Er was geen sprake van discriminatie, omdat de controle niet uitsluitend of hoofdzakelijk op basis van etnische of religieuze kenmerken plaatsvond.
Recht.nl artikelRechtspraak onder een populistisch gesternte (04-04-2017)
In literatuur over populisme wordt herhaaldelijk opgemerkt dat populisten punten naar voren brengen waar 'de bevolking' zich zorgen over zou maken, terwijl de 'politieke elite' deze liever niet zou bediscussiëren. Om welke punten gaat dit, wat de rechtspraak betreft?
TijdschriftartikelNJB 2016/2073
Dynamische verkeerscontrole en zuiverheid van oogmerk (détournement de pouvoir): de uitoefening van een controlebevoegdheid uit art. 160 lid 1 en lid 4 WVW 1994 is in beginsel rechtmatig zolang die bevoegdheid mede is uitgeoefend ter controle van de naleving van de bij of krachtens de WVW 1994 vastgestelde voorschriften als bedoeld in voormelde bepalingen, ook indien die bevoegdheid daarnaast het verrichten van opsporingshandelingen mogelijk maakt waarop deze bepalingen niet zien. Dat is niet anders bij de enkele omstandigheid dat verbalisanten de verkeerscontrole uitvoeren met de bedoeling een gesprek aan te knopen met en informatie te verkrijgen over de inzittenden. Etnisch profileren bij verkeerscontrole: de rechter kan concluderen dat de politie bij de uitoefening van controlebevoegdheden in de zin van art. 160 lid 1 en lid 4 WVW 1994 de te controleren persoon of personen heeft geselecteerd op een wijze die onverenigbaar is met het uitgangspunt dat personen niet worden gediscrimineerd wegens onder meer hun ras of hun godsdienst of levensovertuiging. Rechtsgevolg bij etnisch profileren: indien de rechter tot de bevinding komt dat bij de selectie een niet gerechtvaardigd onderscheid is gemaakt, zal hij moeten bepalen welk rechtsgevolg daaraan in de gegeven omstandigheden moet worden verbonden, rekening houdend met factoren als de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Bij dynamische verkeerscontroles kan een dergelijke bevinding in het bijzonder in beeld komen indien de selectie van het voor een verkeerscontrole in aanmerking komend voertuig ‘uitsluitend of in overwegende mate’ is gebaseerd op etnische of religieuze kenmerken van de bestuurder of andere inzittenden van dat voertuig. Daarvan is volgens de Hoge Raad in casu echter niet gebleken.
TijdschriftartikelNBSTRAF 2016/237
Dynamische verkeerscontrole, Détournement de pouvoir.
TijdschriftartikelRvdW 2016/1135
Dynamische verkeerscontrole. Controlebevoegdheden WVW 1994 aangewend t.b.v. opsporingsactiviteiten: détournement de pouvoir?
TijdschriftartikelNJ 2017/84
Dynamische verkeerscontrole. Controlebevoegdheden WVW 1994 aangewend t.b.v. opsporingsactiviteiten: détournement de pouvoir?

Gratis verder lezen? Maak 8 weken lang kosteloos en geheel vrijblijvend kennis met Recht.nl


  • Dagelijks juridisch nieuws & jurisprudentie
  • Samenvattingen van 100 vakbladen
  • Juridische zoekmachine

Hét internetportaal voor juristen