Hoge Raad, 15-05-2018 / 17/03695


ECLIECLI:NL:HR:2018:716
Datum15-05-2018
InhoudsindicatieWOTS. Overname tenuitvoerlegging (24 maanden gevangenisstraf) van een in Duitsland opgelegde straf t.z.v. handel in amfetamine, marihuana en hasj (39 maanden gevangenisstraf). Redelijke termijn. Betekening vordering OvJ ex art. 18.1 WOTS terecht aangemerkt als aanvangsdatum, nu vordering ruim 16 maanden na ontvangst Duits verzoek is ingediend? Rb heeft geoordeeld dat weliswaar sprake is van een niet-voortvarende afhandeling van het WOTS-verzoek waarop ten gunste van veroordeelde bij de strafoplegging acht wordt geslagen, maar niet van overschrijding van de redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM omdat die termijn is aangevangen met de betekening van de vordering van de OvJ a.b.i. art. 18.1 WOTS tot het verlenen van verlof tot de tenuitvoerlegging van de door de Duitse rechter aan veroordeelde opgelegde vrijheidsbenemende sanctie. Een en ander getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk (vgl. ECLI:NL:HR:2012:BU2064). CAG: Bepleit onder verwijzing naar ontnemingszaken datum WOTS-verzoek als begindatum redelijke termijn. Onjuiste rechtsopvatting Rb t.a.v. beginpunt redelijke termijn maar onvoldoende belang bij cassatie.
TijdschriftartikelHoge Raad 15-05-2018
RvdW 2018/618
Overname tenuitvoerlegging (24 maanden gevangenisstraf) van een in Duitsland opgelegde straf t.z.v. handel in amfetamine, marihuana en hasj (39 maanden gevangenisstraf).
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2000:AA5530 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BU2064 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2018:219
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:539
Gerelateerd ECLI:NL:RBDHA:2018:15588