Hoge Raad, 12-03-2019 / 18/03083


ECLIECLI:NL:HR:2019:336
Datum12-03-2019
InhoudsindicatieOM-cassatie. Vrijspraak verdachte t.z.v. dood door schuld door in haar woning in Nederhorst den Berg op vrijwillige basis voor haar vriendin, in tegenstelling tot verdachte onbekend met (werking van) GHB, in theeglas GHB in te schenken zonder deze nauwkeurig af te meten, ten gevolge waarvan vriendin is overleden, art. 307.1 Sr. Levert verstrekken van ongecontroleerde hoeveelheid GHB onaanvaardbaar gezondheidsrisico op waardoor verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam of nalatig heeft gehandeld? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:952 m.b.t. invulling schuld. Hof heeft vastgesteld dat slachtoffer (volwassen vrouw die onbekend was met werking van GHB) wel eens GHB wilde proberen, dat verdachte GHB in theeglas heeft ingeschonken en gemengd met cola aan slachtoffer heeft verstrekt waarna slachtoffer GHB zelf desbewust en vrijwillig heeft ingenomen, dat exacte hoeveelheid van aan slachtoffer verstrekte GHB niet kan worden bepaald en dat verdachte eerder van dezelfde GHB vergelijkbare of grotere hoeveelheden heeft gebruikt en dat dit altijd goed is gegaan. In s Hofs overwegingen ligt als zijn niet onbegrijpelijke oordeel besloten dat - anders dan is tlgd. - niet is komen vast te staan dat verdachte aan slachtoffer een (te) grote hoeveelheid, althans meer dan een gemiddelde gebruikershoeveelheid heeft verstrekt. Hof heeft vervolgens geoordeeld dat GHB weliswaar is vermeld op bij Opiumwet behorende lijst I en door wetgever wordt beschouwd als drug waarvan gebruik onaanvaardbaar risico voor (volks)gezondheid oplevert, maar dat gelet op hiervoor genoemde omstandigheden verstrekken aan slachtoffer van GHB niet een zodanig onaanvaardbaar gezondheidsrisico met zich bracht dat dood van slachtoffer aan haar schuld in de zin van art. 307 Sr is te wijten. Dat - met waarderingen van feitelijke aard verweven - oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders.
Recht.nl artikelVerstrekken van fatale hoeveelheid drugs levert geen dood door schuld op (14-03-2019)
Een vriendin van verdachte overleed na het innemen van de harddrug GHB. De vriendin, een volwassen vrouw die onbekend was met de werking van de drug, had aangegeven wel eens GHB te willen proberen. De verdachte heeft vervolgens GHB in een glas geschonken en aan haar vriendin verstrekt. Het hof oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de verdachte een te grote hoeveelheid heeft aangeboden—en sprak haar op grond daarvan terecht vrij.
> Vrijspraak voor schuld aan dood vriendin na inschenken GHB (Rechtspraak.nl)
TijdschriftartikelHoge Raad 12-03-2019
SR 2019/72
Schuld als bedoeld in artikel 307 Sr?
TijdschriftartikelHoge Raad 12-03-2019 (met noot)
C. van Oort
JIN 2019/54
Schuld als bedoeld in art. 307 Sr.
TijdschriftartikelHoge Raad 12-03-2019
NJB 2019/704
Levert verstrekken van ongecontroleerde hoeveelheid GHB onaanvaardbaar gezondheidsrisico op waardoor verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam of nalatig heeft gehandeld?
TijdschriftartikelHoge Raad 12-03-2019
NBSTRAF 2019/101
Dood door schuld.
TijdschriftartikelHoge Raad 12-03-2019
RvdW 2019/365
OM-cassatie. Dood door schuld. ’Schuld’ als bedoeld in art. 307 in verband met het verstrekken van GHB aan het slachtoffer.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:952 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2018:866
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:12
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:12