Hoge Raad, 23-04-2019 / 17/03297


ECLIECLI:NL:HR:2019:601
Datum23-04-2019
InhoudsindicatieLiquidatieproces Passage. Verdachte is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor betrokkenheid bij twee moorden (art. 289 Sr), deelneming aan een criminele organisatie (art. 140.1 Sr) en bezit van valse reisdocumenten (art. 231.2 Sr). 1. Kroongetuigenregeling, art. 226g Sv en art. 44a Sr. 2. Verenigbaarheid levenslange gevangenisstraf met art. 3 EVRM. Ad 1. HR wijdt voorafgaande beschouwingen aan gebruik van verklaringen van kroongetuigen. Daarin schetst HR hoofdlijnen van wettelijke regeling en gaat hij in op (a) vraag of toezeggingen aan kroongetuige ook betrekking mogen hebben op ontnemingsvordering, (b) vraag of toezeggingen m.b.t. feitelijke bescherming van getuige (art. 226l Sv) onderdeel uitmaken van in art. 226g.1 Sv bedoelde afspraak en (c) toetsing door rechter (RC enerzijds en zittingsrechter anderzijds) van toezeggingen en gebruik van kroongetuigenverklaring voor bewijs. Ad (a) Het door art. 226g.1 Sv jo. art. 44a Sr bepaalde kader voorziet er niet in dat zo een toezegging voorwerp is van een afspraak in de zin van art. 226g.1 Sv. HR zet uiteen wat dit betekent voor schikkingsbevoegdheid van OvJ ex art. 511c Sv. Ad (b) Toezeggingen m.b.t. feitelijke bescherming maken geen onderdeel uit van in art. 226g.1 Sv bedoelde afspraak en kunnen ook niet worden beschouwd als afspraken in de zin van art. 226g.4 Sv. Ad (c) Rechtmatigheidstoets die RC uitvoert, omvat allereerst een beoordeling of afspraak in overeenstemming is met in art. 226g.1 Sv genoemde voorwaarden. Bij beoordeling of het maken van afspraak voorts voldoet aan eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, houdt RC rekening met dringende noodzaak en belang van verkrijgen van getuigenverklaring. RC geeft een oordeel over de betrouwbaarheid van getuige nadat hij deze heeft gehoord (art. 226h.3 Sv). Het is voorbehouden aan (zittings)rechter die over de feiten oordeelt om datgene tot het bewijs te bezigen wat hem uit een oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en datgene terzijde te stellen wat hij voor het bewijs van geen waarde acht. T.a.v. deze beslissing gelden, indien die verklaring voor bewijsvoering wordt gebruikt, geen bijzondere andere wettelijke bewijs(motiverings)voorschriften dan genoemd in art. 360.2, 360.4, 344a.4, 359.2 en 359a Sv. In cassatie gelden m.b.t. toetsing van beslissing inzake de selectie en waardering van het beschikbare bewijsmateriaal evenmin bijzondere regels. HR oordeelt dat middelen over kroongetuigen falen. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:3185 m.b.t. regelgeving over tul levenslange gevangenisstraf, i.h.b. Besluit Adviescollege levenslanggestraften. Nederlands recht voorziet in zodanig stelsel van herbeoordeling op grond waarvan in zich daarvoor lenende gevallen kan worden overgegaan tot verkorting van levenslange gevangenisstraf, dat oplegging daarvan niet in strijd met art. 3 EVRM is. Gelet hierop kan niet worden gezegd dat voor verdachte onvoldoende duidelijk is welke criteria worden aangelegd bij procedure van herbeoordeling en dat onzeker is of aan verdachte gedurende zijn detentie voldoende op rehabilitatie gerichte activiteiten worden aangeboden om bij herbeoordeling in aanmerking te kunnen komen voor verkorting levenslange gevangenisstraf. Daarbij is nog van belang dat de wijze waarop het nieuwe stelsel van herbeoordeling in de praktijk zal worden toegepast, in de toekomst ligt besloten. De onvermijdelijk uit die realiteit voortvloeiende onzekerheden ontnemen aan oplegging van levenslange gevangenisstraf echter niet verenigbaarheid met art. 3 EVRM, i.h.b. ook niet omdat levenslanggestraften mogelijkheid hebben wijze waarop straf daadwerkelijk wordt tenuitvoergelegd voor te leggen aan penitentiaire rechter en burgerlijke rechter. Volgt verwerping. Samenhang met 17/03276, 17/03280, 17/03339, 17/03459 en 17/04015.
Recht.nl artikelHoge Raad akkoord met overeenkomsten tussen OM en kroongetuigen (23-04-2019)
De Hoge Raad is van oordeel dat het OM toezeggingen aan kroongetuigen mag doen dat, in ruil voor het afleggen van verklaringen, strafvermindering zal worden geŽist. Die toezegging moet door de rechter worden getoetst. Het OM mag ook met een kroongetuige een schikking treffen over ontneming van uit misdrijf verkregen voordeel. Dat is geen toezegging aan de kroongetuige die op grond van de wettelijke kroongetuigenregeling door de rechter moet worden getoetst; wel moet het OM de rechter daarover informeren. Over de inhoud van getuigenbeschermingsmaatregelen hoeft het OM geen informatie te geven.
> Veroordelingen 'Passage'-verdachten blijven in stand (Rechtspraak.nl)
TijdschriftartikelHoge Raad 23-04-2019
RvdW 2019/585
Kroongetuigenregeling. De Hoeg Raad wijdt voorafgaande beschouwingen aan gebruik van verklaringen van kroongetuigen.
TijdschriftartikelHoge Raad 23-04-2019
SR 2019/218
Liquidatieproces Passage.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2004:AM2533 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2001:AD3530 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2006:AU5471 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2003:AK3574 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:3185 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2018:64 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BU8741 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BN2297 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BY0251 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2017:2496 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2018:1390
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:565 ★★