Hoge Raad, 23-04-2019 / 17/02917


ECLIECLI:NL:HR:2019:651
Datum23-04-2019
InhoudsindicatieDiefstal, meermalen gepleegd (art. 310 Sr) en vernieling (art. 350.1 Sr). Verstekarrest uitgesproken op 26-4-2004. 1. Overschrijding redelijke termijn bij betekening verstekarrest; 2. Verjaring vernieling. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BD2578 m.b.t. overschrijding redelijke termijn in geval OM bij betekening verstekmededeling niet de nodige voortvarendheid heeft betracht. Niet blijkt dat binnen een jaar na s Hofs uitspraak op voorgeschreven wijze verstekmededeling is betekend en dat OM tenminste eenmaal per jaar heeft getracht verstekmededeling alsnog te betekenen. HR vermindert opgelegde gevangenisstraf van zes weken in verband hiermee met twee weken. Ad 2. Tlgd. vernieling is strafbaar gesteld als misdrijf waarop gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren is gesteld. Dit feit is volgens tll. begaan op of omstreeks 28-2-2002. O.g.v. art. 70.1.2 jo. 72.2 Sr beloopt verjaringstermijn i.c. ten hoogste twee maal zes jaren. Wat betreft dit feit is derhalve het recht tot strafvordering wegens verjaring vervallen. HR vernietigt bestreden uitspraak in zoverre, verklaart OvJ te dier zake alsnog n-o en vermindert om doelmatigheidsredenen opgelegde gevangenisstraf van zes weken in verband met verjaring met één week. CAG: gaat nader in op vraag of HR i.c. zelf resterende straf kan bepalen.
TijdschriftartikelHoge Raad 23-04-2019
RvdW 2019/581
De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen m.b.t. overschrijding redelijke termijn in geval OM bij betekening verstekmededeling niet de nodige voortvarendheid heeft betracht.
TijdschriftartikelHoge Raad 23-04-2019
SR 2019/230
Overschrijding van de redelijke termijn bij betekening verstekarrest en verjaring van vernieling.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:448
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:711
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:448