Hoge Raad, 28-05-2019 / 17/03206


ECLIECLI:NL:HR:2019:834
Datum28-05-2019
InhoudsindicatieMoord op vriend en zakenpartner (art. 289 Sr) en verbranding stoffelijk overschot in loods (art. 157.1 Sr) in Maastricht in 2012. Overschrijding redelijke termijn in e.a en in h.b. Kon Hof volstaan met constatering dat sprake is van overschrijding van redelijke termijn? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BD2578 m.b.t. duur redelijke termijn in geval verdachte in voorlopige hechtenis verkeert. Hof heeft geoordeeld dat aan overschrijding van redelijke termijn geen consequenties behoeven te worden verbonden en hierbij kennelijk tot uitgangspunt genomen dat periode voor redelijke termijn in e.a. en in h.b. telkens 2 jaren bedraagt. In aanmerking genomen dat verdachte - naar uit aan HR gezonden stukken blijkt - zich voor deze zaak in voorlopige hechtenis bevindt, is dat uitgangspunt niet juist. HR vermindert opgelegde gevangenisstraf.
TijdschriftartikelHoge Raad 28-05-2019
NJB 2019/1330
TijdschriftartikelHoge Raad 28-05-2019
RvdW 2019/684
HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. duur redelijke termijn in geval verdachte in voorlopige hechtenis verkeert.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2017:2856
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:429