Parket bij de Hoge Raad, 04-11-2008 / 07/10575 P


ECLIECLI:NL:PHR:2008:BF0260
Datum04-11-2008
InhoudsindicatieProfijtontneming. 1. Redelijke termijn. 2. Art. 511b.3 Sv. Ad 1. HR herhaalt dat in het geval dat niet kan worden geoordeeld dat in de afzonderlijke fasen de redelijke termijn is overschreden, niet valt uit te sluiten dat in bijz. gevallen de totale duur van het geding zodanig is dat een inbreuk op art. 6.1. EVRM moet worden aangenomen (HR LJN BD2578) Dat en waarom i.c. sprake is van bijz. geval is in cassatie niet aangevoerd. Ook overigens zijn geen f&o gebleken op grond waarvan een inbreuk op art. 6.1 EVRM moet worden aangenomen. Ad 2. Het Hof heeft vastgesteld dat de ontnemingsvordering niet gelijktijdig met de sluiting van het SFO is betekend. Dat brengt mee dat het OM art. 511b, i.h.b. lid 3, Sv niet heeft nageleefd. De opvatting dat dat zonder meer dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM is onjuist, nu noch de wet, noch de wetsgeschiedenis daarvoor aanknopingspunten bevat (HR LJN AO3438). Het Hof heeft het op die opvatting gebaseerde verweer, dat voorts berust op de onjuiste opvatting dat enkel het tijdsverloop na een niet gelijktijdige betekening bij de betrokkene het gerechtvaardigde vertrouwen wekt dat geen ontnemingsvordering meer zal volgen, dus terecht verworpen.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2000:AA7309 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2001:AA9372 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2004:AO3438 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BF0260
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BF0260
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2018:535