Parket bij de Hoge Raad, 15-12-2009 / 08/02154 P


ECLIECLI:NL:PHR:2009:BJ9921
Datum15-12-2009
InhoudsindicatieProfijtontneming. Getuigenverzoek. Het Hof heeft overwogen "vooralsnog" van oordeel te zijn dat het verzoek tot het horen van de in het middel bedoelde getuigen diende te worden afgewezen. Nu niet blijkt dat het Hof een nadere beslissing op het verzoek heeft gegeven of dat het verzoek alsnog door of namens betrokkene is ingetrokken, moet de beslissing, ofschoon door het Hof kennelijk als voorlopig bedoeld, niettemin worden beschouwd als de (definitieve) beslissing op het verzoek (vgl. HR LJN AZ9343). Het verzoek van de raadsman strekte ertoe om een aantal personen te doen horen die betrokken waren bij de financiŽle transacties waarop de voordeelsberekening is gebaseerd. 's Hofs motivering van de afwijzing van het verzoek tot het horen van de getuigen 1, 2, 3, 4 en 5 komt daarop neer dat die getuigen niet relevant zijn voor enige te nemen beslissing in de ontnemingszaak. In het licht van hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd, is deze overweging niet zonder meer begrijpelijk. Door voorts t.a.v. de getuigen 6 en 7 te overwegen dat zij niets kunnen zeggen over de herkomst van de gelden, is het Hof t.a.v. die getuigen op ontoelaatbare wijze vooruitgelopen op wat die getuigen zouden kunnen verklaren. 's Hofs afwijzing van het verzoek is dus ook in zoverre niet naar behoren gemotiveerd. Tot slot heeft het Hof t.a.v. de getuige 8 geoordeeld dat het verzoek onvoldoende onderbouwd is. Ook dit oordeel is in het licht van hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd niet zonder meer begrijpelijk.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:AZ1702 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:AZ9343 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BJ9921
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2010:BM2560 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2010:BM2434
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2011:BT2175
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2010:BM6171
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2010:BL4178
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BJ9921