Parket bij de Hoge Raad, 13-07-2010 / 08/00343 P


ECLIECLI:NL:PHR:2010:BL1454
Datum13-07-2010
InhoudsindicatieProfijtontneming. Vaststelling bedrag van de betalingsverplichting ter ontneming van w.v.v. 1. Valuta en bedrag waarin de betalingsverplichting moet worden uitgedrukt. 2. Is rente opgebouwd na conservatoir beslag w.v.v.? Ad 1. Het Hof heeft de betalingsverplichting ter ontneming van w.v.v. opgelegd ten bedrage van de tegenwaarde van de bedragen die zijn uitgedrukt in NL guldens, Franse francs en Amerikaanse dollars. Aangenomen moet worden dat, gelijk het geval is t.a.v. andere vermogenssancties, de betalingsverplichting a.b.i. art. 36e Sr moet worden uitgedrukt in wettig NL betaalmiddel en dus in euros. Dat geldt ook voor het bedrag waarop het voordeel is geschat. Dat ligt ook daarom voor de hand, omdat anders onvoldoende inzichtelijk zou kunnen worden of en zo ja in hoeverre de rechter van zijn matigingsbevoegdheid gebruik heeft gemaakt. Voorts dient de rechter die schatting alsmede de daaruit voortvloeiende betalingsverplichting in een concreet bedrag uit te drukken. Omtrent de hoogte van dat bedrag zal bij de betrokkene en het OM als executerende instantie geen misverstand mogen bestaan. Dat is alleen anders in het in art. 36e.4, 3e volzin, Sr genoemde, zich hier niet voordoende geval. Het voorgaande brengt mee dat de rechter ook in een geval als i.c., waarin het w.v.v. mede wordt belichaamd in inbeslaggenomen geldbedragen die bestaan in oude en vreemde valuta, zowel het bedrag waarop het voordeel wordt geschat als de betalingsverplichting dient uit te drukken in euro's. Ad 2. HR gaat ervan uit dat het door het Hof geschatte w.v.v., geheel dan wel ten dele, wordt belichaamd in de door het Hof genoemde, inbeslaggenomen geldbedragen. s Hofs oordeel dat de ?inmiddels? op die (inbeslaggenomen) geldbedragen, vzv. als w.v.v. aan te merken, opgebouwde rente als w.v.v. kan gelden geeft gelet op wetsgeschiedenis geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het geen nadere motivering behoefde. De klacht dat het Hof bij de schatting van het w.v.v. en bij de vaststelling van de daaruit voortvloeiende betalingsverplichting heeft nagelaten de rente op een concreet bedrag te bepalen, slaagt, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BL1454 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2002:AE1182 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2002:ZE0001 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2007:BA0487
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BL1454 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7552
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:80
Gerelateerd ECLI:NL:RBSGR:2010:BR5088
Gerelateerd ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ8532