Parket bij de Hoge Raad, 28-09-2010 / 07/10132 P


ECLIECLI:NL:PHR:2010:BL6659
Datum28-09-2010
InhoudsindicatieProfijtontneming. Conclusie van antwoord wettig bewijsmiddel? In de kasopstelling van het Hof is een post opgenomen die o.m. is ontleend aan de conclusie van antwoord van de raadsman. Ingevolge art. 511g.2 Sv jo. art. 415 Sv en art. 359.3 Sv dient de uitspraak op een vordering a.b.i. art. 36e Sr op straffe van nietigheid de inhoud te bevatten van de bewijsmiddelen waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend. Zoals de HR in eerdere jurisprudentie heeft geoordeeld, kunnen verklaringen en mededelingen van de raadsman die ttz., al dan niet o.d.v.v. art. 279.1 Sv, als zodanig optreedt, niet als wettige bewijsmiddelen gelden (vgl. laatstelijk HR LJN BK2129). Daaruit vloeit voort dat ook een door de raadsman ter terechtzitting overgelegde pleitnota niet als wettig bewijsmiddel kan gelden (vlg. HR LJN AX9180). Het gaat i.c. om een door de raadsman opgesteld schriftelijk stuk, aangeduid als conclusie van antwoord, dat deel uitmaakt van de schriftelijke voorbereiding ab.i. art. 511d.2. Sv. In het licht van genoemde jurisprudentie moet worden geoordeeld dat een dergelijk stuk niet kan gelden als wettig bewijsmiddel waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden ontleend.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:BA5851 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:AZ4724 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BL6659 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2006:AX9180 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2009:BK2129 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2008:BD0420 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BL6659 ★★