Parket bij de Hoge Raad, 01-06-2010 / 08/00878


ECLIECLI:NL:PHR:2010:BM6231
Datum01-06-2010
InhoudsindicatieRechtsbijstand m.b.t. het politieverhoor (Salduz-verweer). Indien een aangehouden verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie een advocaat te raadplegen, levert dat in beginsel een vormverzuim op a.b.i. art. 359a Sv, dat, na een daartoe strekkend verweer, in de regel - behoudens in het geval dat de verdachte uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in ieder geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht, dan wel bij het bestaan van dwingende redenen om dat recht te beperken - dient te leiden tot uitsluiting van het bewijs van de verklaringen van de verdachte die zijn afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen (vgl. HR LJN BH3079). Hetgeen door de raadsman is aangevoerd, kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een verweer in de hiervoor bedoelde zin maar in het bestreden arrest ontbreekt een met redenen omklede beslissing daaromtrent. Dat heeft tot gevolg dat de bewezenverklaring niet behoorlijk met redenen is omkleed aangezien gegrondbevinding van het verweer ertoe zou hebben moeten leiden dat de door verdachte bij de politie afgelegde verklaringen niet tot het bewijs hadden mogen meewerken.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2004:AM2533 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BH3079 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BM6231
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2010:BO3408 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2010:BO1576
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2010:BN1705
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BM6231