Parket bij de Hoge Raad, 24-05-2011 / 09/02303


ECLIECLI:NL:PHR:2011:BO1587
Datum24-05-2011
InhoudsindicatieArt. 31.1 Vluchtelingenverdrag. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BI1325 m.b.t. art. 31 Vluchtelingenverdrag. Het oordeel van het Hof moet aldus worden verstaan dat, ook indien ervan moet worden uitgegaan dat de verdachte in NL slechts op doorreis was, haar niet de bescherming toekomt van art. 31.1 Vluchtelingenverdrag. Daarmee heeft het Hof onvoldoende inzicht gegeven in zijn gedachtegang. Indien het Hof heeft geoordeeld dat de enkele omstandigheid dat de vluchteling via een derde land naar NL is gereisd - en daardoor gedurende die reis in dat andere land heeft verbleven - meebrengt dat geen sprake is van coming directly a.b.i. art. 31 Vluchtelingenverdrag heeft het blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Indien het Hof niet van die opvatting is uitgegaan, is zijn oordeel ontoereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat het Hof niets heeft vastgesteld omtrent de duur van het verblijf van verdachte in dat derde land.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2002:AD5163 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2000:AA7309 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2009:BI1325 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO1587 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBHAA:2008:BF1164 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBHAA:2008:BF1177 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBHAA:2008:BF1174 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2009:BI9006 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2010:BM1941 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO1587 ★★★★